Om mobiele communicatie mogelijk te maken zijn anten-ne-installaties nodig. De vraag naar mobiele communicatie groeit nog steeds. Met als gevolg ook een groei in antenne-installaties. Een antenne-installatie betreft het geheel van één of meerdere antennes, antennedrager, bedrading en apparatuur- of techniekkast met bijbehorende bevestigingsconstructie dat gebruikt wordt voor het verzenden en ontvangen van radiofrequente elektromagnetische velden. Antennes voor particulier gebruik (zendamateurs) uitsluitend conform de landelijke regels voor vergunningvrij bouwen.
Criteria
Deze criteria komen aan de orde als het bouwplan niet vergunningvrij is. Het bestemmingsplan treedt in eerste instantie regelend op voor wat betreft situering en maximale afmetingen. In de criteria is onderscheid gemaakt tussen:
stedelijk gebied,
bedrijventerreinen,
sportterreinen,
buitengebied.
Voor antenne-installaties in het stedelijk gebied of op bedrijventerreinen geldt dat de aanvrager eerst moet aantonen dat plaatsing van een vergunningsvrije installatie niet mogelijk is.
algemeen
Er moet steeds worden gestreefd naar maximaal gebruik van al aanwezige bestaande antennemasten.
De plaatsing op andere bestaande bouwwerken zoals hoogspanningsmasten, lichtmasten, reclamemasten en verkeersportalen heeft nadrukkelijk de voorkeur.
Er moet zoveel mogelijk worden aangesloten bij bestaande bebouwing of elementen.
Plaatsing zoveel mogelijk uit het zicht.
De installaties dienen zoveel mogelijk te worden geïntegreerd in de architectuur en/of de omgeving.
De installaties mogen geen afbreuk doen aan de visuele kwaliteit van een gebouw/bouwwerk en de omgeving.
Specifieke architectonische kenmerken mogen niet aangetast worden.
Bij in aanmerking komende nieuwbouw dient rekening te worden gehouden met de integratie van de installatie.
Een goede vormgeving van installaties en montage- en bevestigingsmethodieken kan de integratie in de omgeving en acceptatie vergemakkelijken.
Voor het aanbrengen van installaties nabij bestaande masten en reclamezuilen gelden dezelfde beoordelingscriteria als voor de vormgevende aspecten van gebouwen.
De antenne-installaties, alsmede de bijbehorende technische installaties en de bedrading moeten door middel van zorgvuldige materiaal- en kleurkeuze in de omgeving ingepast worden.
Het ter beoordeling voor te leggen materiaal dient een volledig inzichtelijk beeld te geven van de beoogde installatie in zijn omgeving, compleet met toebehorende infrastructuur.
stedelijk gebied (centrum en woongebieden)
Zowel vanuit ruimtelijk oogpunt als vanuit het oogpunt van effectief zendbereik dient in eerste instantie gekozen te worden om antenne-installaties op hoge gebouwen te plaatsen. De installaties zijn dan nauwelijks zichtbaar en de signalen ondervinden geen belemmeringen. Binnen het stedelijk gebied is het realiseren van antenne-installaties op maaiveldniveau (vrijstaande zendmasten) vanwege de grote zichtbaarheid niet gewenst. Daarom voeren wij voor dit gebied een restrictief beleid voor wat betreft plaatsing van antenne-installaties.
Zoveel mogelijk op bestaande gebouwen of bouwwerken plaatsen.
Plaatsen uit het zicht (voornamelijk bekeken vanuit de gebieden met een woonfunctie en het landelijk gebied).
Minimaliseren qua afmeting (waarbij rekening dient te worden gehouden met de mogelijkheid tot site-sharing op al aanwezige antennemasten), integreren in architectuur nieuwe gebouwen.
Integreren in omgeving door zo veel mogelijk gebruik te maken van al aanwezige objecten als verkeersportalen, lichtmasten en reclamemasten.
bedrijventerreinen
Bedrijventerreinen zijn aangewezen gebieden waar een clustering van bedrijven is. Voor deze gebieden wordt een restrictief beleid gevoerd voor wat betreft plaatsing van antenne-installaties.
Zoveel mogelijk op bestaande gebouwen of bouwwerken.
Integreren in architectuur nieuwe gebouwen.
Integreren in omgeving door zo veel mogelijk gebruik te maken van al aanwezige objecten als verkeersportalen, lichtmasten en reclamemasten.
Vrijstaande masten worden zoveel mogelijk uit het zicht geplaatst zicht (bekeken vanuit de nabijgelegen gebieden met een woonfunctie en het landelijk gebied).
sportterreinen
Sportterreinen zijn buitenterreinen waar sportverenigingen actief zijn. Net als bij bedrijventerreinen geldt hier een matig restrictief beleid. Sportterreinen zijn veelal gelegen grenzend aan of liggend in het buitengebied. Voorwaarden voor plaatsing op sportterreinen zijn:
Zoveel mogelijk op bestaande bouwwerken (bijvoorbeeld lichtinstallaties en tribunes),
Integreren in architectuur nieuwe gebouwen.
Integreren in omgeving door zo veel mogelijk gebruik te maken van al aanwezige objecten als verkeersportalen, lichtmasten en reclamemasten.
Vrijstaande masten worden zoveel mogelijk uit het zicht geplaatst zicht (bekeken vanuit de nabijgelegen gebieden met een woonfunctie en het landelijk gebied).
buitengebied
Onder het buitengebied worden de gebieden buiten het stedelijk gebied verstaan, ook wel aangeduid als landelijk gebied. Hieronder vallen gebieden met een agrarisch karakter, maar ook natuur- en recreatiegebieden.
Er wordt gestreefd naar een zo gunstig mogelijke landschappelijke inpassing waarbij geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de landschappelijke en/of natuurwaarden in de directe omgeving. Antenne-installaties dienen op zo´n manier en op zo´n locatie gerealiseerd te worden dat ze de minste verstoring van de horizon opleveren. Het beleidsuitgangspunt om de installaties en vrijstaande zendmasten bij reeds gebouwde of gerealiseerde elementen in het gebied te plaatsen, is in deze gebieden dan ook van groot belang. Te denken valt aan wegen, viaducten, hoogspanningsmasten, lichtmasten en verkeersportalen maar ook aan agrarische bedrijfscentra en de daar aanwezige hogere bouwwerken, zoals silo’s.
Vanwege de, in vergelijking met de bebouwde kom, beperkte beschikbaarheid van dergelijke bouwwerken in het landelijk gebied, verdient het aanbeveling extra zorg te besteden aan het zoeken naar geschikte locaties.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.9