Begeleiding onder de Wmo 2015 is gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij zolang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven. Inzet van professionele begeleiding, geleverd door professionele aanbieders, moet leiden tot bevordering en/of behoud van zelfredzaamheid en participatie van de cliënt. De inzet van een product of dienst moet dus in alle gevallen leiden tot een op cliëntniveau meetbaar resultaat.
Begeleiding kan worden ingezet wanneer een inwoner beperkingen ondervindt op één of meer van de volgende gebieden:
Sociale redzaamheid
Bewegen en verplaatsen
Probleemgedrag
Psychisch functioneren
Geheugen- en oriëntatiestoornissen
Voor een globale beschrijving van de aspecten die een rol spelen bij beperkingen op de hiervoor genoemde gebieden wordt verwezen naar de ‘CIZ indicatiewijzer 7.1’ van juli 2014, hoofdstuk 7 paragraaf 3 onder b pagina 110 vanaf “sociale redzaamheid” tot en met pagina 112.