Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 7

De hoogte en de duur van de maatregel

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet investeren in jongeren

1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 2 lid 2 wordt de maatregel vastgesteld op: € 50,- bij gedragingen van de eerste categorie; € 200,- bij gedragingen van de tweede categorie; i. € 50,00 bij een gedraging uit de derde categorie, waarbij het benadelingsbedrag lager is dan € 500,00; ii. € 150,00 bij een gedraging uit de derde categorie, waarbij het benadelingsbedrag groter dan of gelijk is aan € 500,00 maar lager is dan € 1.500,00; iii. € 350,00 bij een gedraging uit de derde categorie, waarbij het benadelingsbedrag groter dan of gelijk is aan € 1.500,00 maar lager is dan € 3.500,00; iv. € 600,00 bij een gedraging uit de derde categorie, waarbij het benadelingsbedrag groter dan of gelijk is aan € 3.500,00 maar lager is dan € 6.000,00; v. bij een gedraging uit categorie 3, waarbij het benadelingsbedrag groter is dan € 6.000,00 en waar geen aangifte bij het Openbaar Ministerie wordt gedaan, vindt een verhoging plaats van € 300,00 per € 3.000,00 of gedeelten daarvan; De gehele WIJ-norm bij gedragingen van de vierde categorie; 2.. In afwijking van het gestelde in het eerste lid bedraagt de verlaging niet meer dan het maandbedrag dat voor de inkomensvoorziening in aanmerking komt. 3.. De duur van de maatregel bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op een maand. 4.. Het college kan jaarlijks per 1 januari de bedragen als genoemd in lid 1 aanpassen door middel van indexering. De bedragen na indexering worden naar boven afgerond op een veelvoud van € 5,00.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel