Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 7.

Weigeringsgronden voor maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Krimpenerwaard 2018

1.. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; voor zover de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, met vrijwilligerswerk of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen; voor zover de cliënt met gebruikmaking van algemene voorzieningen de beperkingen kan wegnemen; indien het een voorziening betreft die de cliënt vóór de datum van het besluit op de aanvraag heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld; voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan de cliënt al eerder is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen of tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten; voor zover deze niet in overwegende mate op het individu is gericht; voor zover deze niet als de goedkoopste compenserende voorziening kan worden aangemerkt; indien de cliënt tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft betoond. 2.. Geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie wordt verstrekt: indien het een algemeen gebruikelijke voorziening betreft; indien deze niet langdurig noodzakelijk is; indien de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Krimpenerwaard. 3.. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie; indien de kosten van de woonvoorzieningen meer bedragen dan 7.000 geldt het primaat van verhuizen, tenzij er argumenten zijn die tegen verhuizen pleiten; indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; indien de noodzaak tot het treffen van een maatwerkvoorziening gevolg is van achterstallig onderhoud dan wel renovatie van de woning om deze in overeenstemming te brengen met de eisen die redelijkerwijs aan de woning of aan het wooncomplex mogen worden gesteld;

Rechtspraak bij dit artikel