De hoogte van het persoonsgebonden budget:
is toereikend om de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering;
bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopste compenserende in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura.
De hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld voor:
een hulpmiddel: op basis van de kostprijs van het hulpmiddel dat de cliënt zou hebben ontvangen als het hulpmiddel in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten;
een dienst:
verricht door een professionele persoon of organisatie: op het toepasselijke tarief per uur dat voor dergelijke hulp wordt gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder;
verricht door een ZZP’er: op 75% van het toepasselijke tarief per uur dat voor dergelijke hulp wordt gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder;
verricht door een mantelzorger: op een uurtarief overeenkomstig het minimumloon en de minimumvakantiebijslag op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
De cliënt ten behoeve van wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, kan geen diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, tenzij een duidelijke meerwaarde is aangetoond. In voorkomend geval:
krijgt deze persoon een lager tarief betaald voor zijn diensten dan het minimumloon, inclusief vakantietoeslag op grond van de Wet minimumloon en mimimumbijslag.
mogen tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het persoonsgebonden budget worden betaald.
De verschillende Persoonsgebonden tarieven zijn opgenomen in de nadere regels.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 8.
Hoogte persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Krimpenerwaard 2018