Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

budget woonvoorzieningen

Onderdeel van Regeling maatschappelijke ondersteuning Krimpenerwaard 2018

1.. Het budget wordt betaald aan de eigenaar van de woning en bedraagt de noodzakelijke en vooraf goedgekeurde kosten op grond van het door het college opgestelde toetsingskader. Daarbij geldt een maximum bedrag van € 7.000 voor het bezoekbaar en/of logeerbaar maken van een woning. 2.. Bij het vaststellen van de hoogte van het budget in de kosten van een woningaanpassing in de vorm van bouwkundige of woontechnische woonvoorziening wordt rekening gehouden met de volgende kostensoorten: de aanneemsom (waarin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening; de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991; als het noodzakelijk wordt geacht een architect in te schakelen: het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom, met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in de Standaardvoorwaarden 1988/Rechtsverhouding opdrachtgeverarchitect van de Bond van Nederlandse Architecten en de kosten van het toezicht op de uitvoering, als dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom; de leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening; de verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting; Het renteverlies in verband met het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover deze verband houdt met de bouw dan wel het treffen van de voorziening; de kosten van het verwerven van extra bouwrijpe grond indien noodzakelijk als niet gebouwd kan worden binnen de oorspronkelijke kavel; de door het college schriftelijk goedgekeurde kostenverhogingen die ten tijde van de raming van de kosten niet te voorzien waren; de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing; de kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening; de administratiekosten die de verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van de bouwkundige voorziening, voor zover de kosten onder a tot en met j meer bedragen dan € 1.268,06 voor 10% van die kosten tot maximaal € 490,16. 3.. Als er sprake is van sanering van de vloerbedekking niet ouder dan zeven jaar bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 35,- per m2 (inclusief arbeid, noodzakelijke materialen en BTW). De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van de afschrijvingstermijn van het te vervangen artikel. De vergoeding bedraagt een percentage van de kosten te weten: 100% indien als het artikel nieuwer is dan twee jaar; 75% indien het artikel tussen de twee en vier jaar oud is; 50% indien als het artikel tussen de vier en zes jaar oud is; 25% indien als het artikel tussen de zes en acht jaar oud is. 4.. De hoogte van de tegemoetkoming in de kosten in verband met huurderving is afhankelijk van de kale huur van de woonruimte met een maximum van € 652,36 per maand voor de duur van maximaal één jaar. 5.. Als er sprake is van tijdelijke huisvesting is de hoogte van de vergoeding: maximaal € 708,20 per maand bij een zelfstandige woonruimte; maximaal € 353,57per maand bij een niet-zelfstandige woonruimte. 6.. Als een woonvoorziening tot meerwaarde van de woning heeft geleid en de woning binnen zes jaar verkocht wordt, dan geldt volgens onderstaand schema het bedrag dat door de aanvrager aan het college terugbetaald moet worden: voor het eerste jaar 100% van de meerwaarde; voor het tweede jaar 80% van de meerwaarde; voor het derde jaar 70% van de meerwaarde; voor het vierde jaar 60% van de meerwaarde; voor het vijfde jaar 40% van de meerwaarde; voor het zesde jaar 20% van de meerwaarde. 7.. De kosten voor onderhoud en reparatie van de onderstaande woonvoorzieningen worden volledig vergoed, mits geen sprake is van nalatigheid van de zijde van de cliënt (dit ter beoordeling aan de gemeente). Stoelliften (het Liftinstituut spreekt van traplift) Rolstoelliften (het Liftinstituut spreekt van hefplateaulift voor personen) Woonhuisliften (met kooi) Staplateaulift of hefplateauliften (het Liftinstituut spreekt van een hefplateau voor personen zonder schacht tot maximaal 1.80 meter hoogte) Badlift Plafondlift De mechanische inrichting voor het verstellen van een in hoogte verstelbaar keukenblok, bad of wastafel; Electromechanische openings- en sluitingsmechanismen van deuren. 8.. Als bijlage is bij deze regeling gevoegd een lijst met standaard woonvoorzieningen, waarin opgenomen de maximaal uit te keren bedragen per woonvoorziening. 9.. Indien het verhuisprimaat geldt als benoemd in artikel 7, derde lid, sub e, is de maximale vergoeding voor verhuiskosten op declaratiebasis maximaal € 2.700. De verhuiskostenvergoeding mag tevens gebruikt worden voor het zelf (laten) aanpassen van de woning. 10.. Het bedrag voor de financiële tegemoetkoming verhuiskosten aan een persoon die op verzoek van de gemeente, ten behoeve van een persoon met beperkingen, de woonruimte, bestemd voor permanente bewoning, heeft ontruimd bedraagt maximaal € 5.000,--. Voor deze tegemoetkoming is geen verantwoording noodzakelijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel