(artikel 67b van de AWR)
Bij het opleggen van een verzuimboete wegens het niet of niet tijdig doen van aangifte voor een belasting die op aangifte moet worden voldaan (tijdvakbelastingen en tijdstipbelastingen), wordt een onderscheid gemaakt tussen een eerste, tweede en derde/volgend verzuim.
De verzuimenreeks wordt toegepast per belastingmiddel. Indien sprake is van afwezigheid van alle schuld telt het verzuim niet mee voor de verzuimenreeks.
Voor aangiftebelastingen die periodiek op aangifte worden voldaan (tijdvakbelastingen) met een belastingtijdvak van een maand of een kwartaal geldt dat van een eerste verzuim sprake is indien de belanghebbende over geen van de laatste zeven tijdvakken, voorafgaande aan het tijdvak waarover niet of niet tijdig aangifte is gedaan, in verzuim is geweest. Van een tweede verzuim is sprake indien de belanghebbende over een van de laatste zeven tijdvakken, voorafgaande aan het tijdvak waarover niet of niet tijdig aangifte is gedaan, in verzuim is geweest. Van een derde/volgend verzuim is sprake indien de belanghebbende over twee of meer van de laatste zeven tijdvakken, voorafgaande aan het tijdvak waarover niet of niet tijdig aangifte is gedaan, in verzuim is geweest.
Voor aangiftebelastingen die periodiek op aangifte worden voldaan (tijdvakbelastingen) met een belastingtijdvak van een jaar geldt dat van een eerste verzuim sprake is indien de belanghebbende over geen van de laatste drie tijdvakken, voorafgaande aan het tijdvak waarover niet of niet tijdig aangifte is gedaan, in verzuim is geweest. Van een tweede verzuim is sprake indien de belanghebbende over een van de laatste drie tijdvakken, voorafgaande aan het tijdvak waarover niet of niet tijdig aangifte is gedaan, in verzuim is geweest. Van een derde/volgend verzuim is sprake indien de belanghebbende over twee of meer van de laatste drie tijdvakken, voorafgaande aan het tijdvak waarover niet of niet tijdig aangifte is gedaan, in verzuim is geweest.
Voor aangiftebelastingen die niet periodiek op aangifte moeten worden voldaan (tijdstipbelastingen) geldt dat van een tweede respectievelijk derde/volgend verzuim sprake is, indien de belanghebbende over de voorafgaande 24 maanden eenmaal respectievelijk tweemaal of meer in verzuim is geweest.
De heffingsambtenaar legt in geval van een eerste verzuim geen verzuimboete op. In geval van een tweede verzuim legt de heffingsambtenaar een boete op van euro 56,-. De heffingsambtenaar legt een boete van euro 113,- op, indien sprake is van een derde/volgend verzuim.
HOOFDSTUK 3
Artikel 22