(artikel 67c van de AWR)
De op grond van deze paragraaf op te leggen verzuimboeten hebben betrekking op betalingsverzuimen.
Bij het opleggen van een verzuimboete wegens het niet, gedeeltelijk niet of niet tijdig betalen van belasting die op aangifte moet worden voldaan, wordt een onderscheid gemaakt tussen een eerste, tweede en derde/volgend verzuim.
Voor de tijdvakbelastingen met een heffingstijdvak van een maand of een kwartaal is sprake van een eerste verzuim indien de belanghebbende over geen van de laatste zeven tijdvakken, voorafgaande aan het tijdvak waarover niet, gedeeltelijk niet dan wel niet tijdig is betaald, in verzuim is geweest.
Van een tweede verzuim is sprake indien de belanghebbende over een van de laatste zeven tijdvakken, voorafgaande aan het tijdvak waarover niet, gedeeltelijk niet dan wel niet tijdig is betaald, in verzuim is geweest.
Van een derde/volgend verzuim is sprake indien de belanghebbende over twee of meer van de laatste zeven tijdvakken, voorafgaande aan het tijdvak waarover niet, gedeeltelijk niet dan wel niet tijdig is betaald, in verzuim is geweest.
Voor de tijdvakbelastingen met een heffingstijdvak van een jaar is sprake van een eerste verzuim indien de belanghebbende over geen van de laatste drie tijdvakken, voorafgaande aan het tijdvak waarover niet, gedeeltelijk niet dan wel niet tijdig is betaald, in verzuim is geweest.
Van een tweede verzuim is sprake indien de belanghebbende over een van de laatste drie tijdvakken, voorafgaande aan het tijdvak waarover niet, gedeeltelijk niet dan wel niet tijdig is betaald, in verzuim is geweest.
Van een derde/volgend verzuim is sprake indien de belanghebbende over twee of meer van de laatste drie tijdvakken, voorafgaande aan het tijdvak waarover niet, gedeeltelijk niet dan wel niet tijdig is betaald, in verzuim is geweest.
Voor de tijdstipbelastingen is sprake van een eerste verzuim, indien de belanghebbende in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het tijdstip waarop betaling uiterlijk had moeten plaatsvinden, niet in verzuim is geweest.
Van een tweede respectievelijk derde/volgend verzuim is sprake, indien de belanghebbende in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het tijdstip waarop betaling uiterlijk had moeten plaatsvinden, eenmaal respectievelijk tweemaal of meer in verzuim is geweest.
In geval van een verzuim wegens het niet tijdig betalen van de verschuldigde belasting, legt de heffingsambtenaar bij een eerste verzuim geen boete op.
Bij een tweede verzuim legt de heffingsambtenaar een boete op van 1% van de niet tijdig betaalde belasting, met een maximum van € 1.134,- en een minimum van € 20,00.
Bij een derde/volgend verzuim legt de heffingsambtenaar een boete op van 5% van de niet tijdig betaalde belasting, met een maximum van € 2.268,- en een minimum van € 20,00.
In geval van een verzuim wegens het niet dan wel gedeeltelijk niet betalen van de verschuldigde belasting, legt de heffingsambtenaar bij een eerste verzuim een boete op van 1% van de niet betaalde belasting, met een maximum van euro 1.134,- en een minimum van € 20,00.
Bij een tweede verzuim legt de heffingsambtenaar een boete op van 5% van de niet betaalde belasting, met een maximum van euro 2.268,- en een minimum van € 50,00.
Bij een derde/volgend verzuim legt de heffingsambtenaar een boete op van 10% van de niet betaalde belasting, met een maximum van euro 4.537,- en een minimum van € 20,00.
De in deze paragraaf bedoelde reeks verzuimen wordt toegepast per belastingmiddel. Indien sprake is van afwezigheid van alle schuld telt het verzuim niet mee voor de reeks verzuimen.
Indien het bedrag van de belastingaanslag vermeerderd met het bedrag van de verzuimboete minder dan euro 10,- bedraagt, wordt geen verzuimboete opgelegd. Het verzuim telt echter wel mee in de reeks verzuimen. De heffingsambtenaar zendt de belanghebbende daarvan een mededeling.
Voor de bepaling van de plaats van een verzuim in de reeks verzuimen wordt geen onderscheid gemaakt tussen het niet, gedeeltelijk niet dan wel niet tijdig betalen van de belasting.
Een ingevolge artikel 67c van de AWR opgelegde verzuimboete wordt naar evenredigheid verlaagd bij vermindering of teruggaaf van belasting.
HOOFDSTUK 3
Artikel 23