Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

Buitengewoon verlof

Onderdeel van Vakantie- en verlofregeling

Buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging wordt verleend: bij overlijden van een echtgenoot of geregistreerd partner, ouders, pleegouders, stiefouders, kinderen, pleegkinderen, stief- en aangehuwde kinderen voor vier werkdagen. Dit verlof dient binnen een periode van zeven kalenderdagen te worden opgenomen; bij overlijden van bloed- en aanverwanten in de tweede graad: twee werkdagen, tenzij de ambtenaar is belast met de regeling van de begrafenis of (en) nalatenschap, in welk geval verlof voor tenminste vier werkdagen wordt verleend. Dit verlof dient binnen een periode van zeven kalenderdagen te worden opgenomen; na bevalling van echtgenoot of partner twee dagenNaast de twee dagen op grond van de Wet arbeid en zorg.; bij huwelijk of geregistreerd partnerschap van de ambtenaar één dag (op de dag van het huwelijk of de dag van registratie partnerschap); op 5 mei (bevrijdingdag), voor zover deze dag door burgemeester en wethouders als erkende feestdag wordt aangemerkt. Toekenning van buitengewoon verlof geschiedt door de direct leidinggevende.

Rechtspraak bij dit artikel