Naar hoofdinhoud
4.1. Salariskosten Volgens de vernieuwde richtlijnen Besluit begroting en verantwoording (BBV) past de gemeente Neder-Betuwe vanaf 2017 een nieuwe methode toe bij de berekening van directe salariskosten en overheadkosten. Voor de begroting van de gemeentelijke begraafplaatsen betekent dit dat volgens deze vernieuwde BBV richtlijnen de toegerekende salariskosten per taakveld zichtbaar worden gemaakt en de overheadkosten extra comptabel moeten worden toegevoegd. Door deze gewijzigde methode zijn de toegerekende salariskosten en toegerekende overheadkosten aanzienlijk lager dan voorheen. Er worden minder kosten toegerekend aan de exploitatie van de begraafplaatsen in vergelijking met voorgaande jaren. De totale kosten voor de exploitatie van de gemeentelijke begraafplaatsen nemen hierdoor vanaf 2017 structureel af. 4.2. Meer- en minderkosten 4.2.1. Samenvatting In par. 2.4 zijn de meer- en minderkosten beschreven als gevolg van de nieuwe aanbestedingsvorm (Uitbesteden+). In par. 3.5 zijn de minderkosten beschreven als gevolg van het bijgestelde beheerplan 2018-2030. In de onderstaande is een samenvattend overzicht weergegeven. Meerkosten Minderkosten Structureel vanaf 2019 Onderhoud en lijkbezorging (par. 2.4) € 13.500 € -21.270 Onderhoud grafliften en grafbekisting (par. 2.4) € -5.000 Toevoeging voorziening begraafplaatsen vanaf 2019 (par. 3.5) € -3.876 Totaal € 13.500 € -30.146 Totaal structureel effect vanaf 2019 € -16.646 Incidenteel 2018 Structureel effect € -16.646 Extra effect 2018 (€ 27.500 - € 3.876 / par. 3.5) € -23.624 Totaal incidenteel voordeel in 2018 € -40.270 Tabel 1: Samenvatting meer- en minderkosten 4.2.2. Versobering dienstverlening In par. 2.1 is de bezuinigingsopdracht beschreven als gevolg van het raadsbesluit van 10 december 2015. Het betreft een bezuiniging van € 30.065,--. Uit de bovenstaande tabel kan op basis van het structureel effect vanaf 2019 worden geconcludeerd dat deze bezuinigingsopdracht slechts ten dele is gerealiseerd. De minderkosten vanaf 2019 (€ 30.146,--) komen min of meer overeen met deze bezuinigingsopdracht. Echter vanwege de extra kosten aan onkruidbestrijding (zie par. 2.4) bedraagt de structurele besparing vanaf 2019 netto € 16.646,--. Dat leidt ertoe dat in de meerjarenraming 2019-2021 nog een bezuinigingsopdracht van € 13.419,-- (€ 30.065,-- minus € 16.646,--) als meerkosten zijn opgenomen. Voor 2018 is eenmalig een kostenbesparing van € 10.205,-- ( € 30.065,-- minus € 40.270,--) opgenomen. 4.3. Afname aantal lijkbezorgingen De baten waren volgens het voorgaand beleidsplan gebaseerd op gemiddeld 120 lijkbezorgingen per jaar. Uit de nacalculatie blijkt dat dit aantal de laatste jaren structureel lager ligt. In de oorspronkelijke begroting 2018 en meerjarenraming 20919-2021 is uitgegaan van totale baten van € 356.734,-- per jaar, bestaande uit leges en begraafrechten. Uit de nacalculaties van 2015 en 2016 blijkt dat de opbrengsten in werkelijkheid structureel € 18.353,-- per jaar lager liggen dan oorspronkelijk is begroot. De baten in de begroting 2018 en meerjarenbegroting 2019-2021 voor de post Begraafrechten worden daarom met dit bedrag naar beneden bijgesteld. 4.4. Tarieven In deze paragraaf worden enkele tarieven op regionaal niveau met elkaar vergeleken. De vergelijking geeft alleen een beeld van de toegepaste tarieven. Het zegt niets over de kwaliteit van de begraafplaatsen (ruimtelijke kwaliteit, onderhoudsniveau, dienstverlening) en de mate van kostendekking. De tarieven voor een particulier graf in Neder-Betuwe liggen enigszins boven het regionaal gemiddelde, zie de voorgaande grafiek. In bijlage 2 is een onderbouwing van de tarieven weergegeven. De tarieven voor de uitgifte van een particuliere urnennis zijn in Neder-Betuwe relatief hoog, zie de navolgende grafiek. Uit de vergelijking blijkt dat met name het tarief voor het urnrecht voor een nis (uitsluitend recht op het plaatsen en geplaatst houden van een urn in een nis) erg hoog is vergeleken met omliggende gemeenten (zie ook bijlage 2). 4.5. Voorzieningen 4.5.1. Egalisatievoorziening De egalisatievoorziening begraafplaatsen wordt gebruikt om schommelingen in baten op te vangen. Eventuele overschotten op de begroting worden aan deze voorziening toegevoegd. In 2015 is € 16.000,-- uit deze voor-ziening onttrokken. In 2016 was dat € 13.300,--. Deze onttrekkingen dienden als dekking voor de afname van het aantal begrafenissen (zie par. 4.2). Op 31 december 2016 was het saldo van deze voorziening € 94.286,--. 4.5.2. Begraafplaatsen De voorziening begraafplaatsen is bedoeld om kosten over de toekomstige jaren te verdelen middels een onderliggend beheerplan (zie par. 3.5). De voorziening wordt gevuld door een jaarlijkse toevoeging die ten laste wordt gebracht van de begraafplaatsexploitatie. De hoogte van deze toevoeging wordt bijgesteld als daar aanleiding toe is (zie par. 3.5). Op 31 december 2016 was het saldo van deze voorziening € 92.691,--. Het verloop van de voorziening in de periode 2017-2030 is weergegeven in bijlage 3. 4.6. Meerjarenbegroting 2018 – 2021 In het najaar van 2017 zijn de begroting 2018 en de meerjarenraming 2019-2021 opgesteld. In de tabel 2 zijn deze weergegeven. de In Begroting 2018 MJR 2019 MJR 2020 MJR 2021 Kosten taakveld € 335.133 € 311.198 € 310.545 € 310.238 Overheadkosten € 38.070 € 38.070 € 38.070 € 38.070 Correctie huur rouwcentra Markstraat € -20.097 € -20.097 € -20.097 € -20.097 Bezuiniging begraafplaatsen € -30.065 € -30.065 € -30.065 € -30.065 Beleidsuren niet toe te rekenen € -2.795 € -2.795 € -2.795 € -2.795 Totale lasten € 320.246 € 296.311 € 295.658 € 295.351 Baten taakveld € -376.831 € -376.831 € -376.831 € -376.831 Correctie huur rouwcentra Markstraat € 20.097 € 20.097 € 20.097 € 20.097 Totale baten € -356.734 € -356.734 € -356.734 € -356.734 Saldo € -36.488 € -60.423 € -61.076 € -61.383 Kostendekking -111% -120% -121% -121% Tabel 2: Vergelijking kosten en baten oorspronkelijke begroting 2018 meerjarenraming 2019-2021 In de oorspronkelijke begroting zijn de effecten van de actualisatie beleids- en beheerplan 2018-2021 die in par. 2.4, 3.5 en 4.2.2 zijn beschreven, nog niet verwerkt. In tabel 3 zijn de genoemde effecten verrekend in de begroting. In het overzicht worden de aangepaste totale kosten voor de periode 2018-2021 vergeleken met de aangepaste totale baten van dezelfde periode. Begroting 2018 MJR 2019 MJR 2020 MJR 2021 Totale lasten € 310.041 € 309.730 € 309.077 € 308.770 Totale baten € -338.381 € -338.381 € -338.381 € -338.381 Saldo € -28.339 € -28.650 € -29.303 € -29.610 Kostendekking -109% -109% -109% -110% Tabel 3: Vergelijking kosten en baten aangepaste begroting 2018 meerjarenraming 2019-2021 na verwerking effecten actualisatie beleids- en beheerplan 2018-2021 4.7. Conclusie In dit beleids- en beheerplan worden de ontwikkelingen beschreven die hebben plaatsgevonden in de periode 2012-2017 en zullen plaatsvinden in de periode 2018-2021. De ontwikkelingen leiden tot een totale structurele kostentoename van € 13.419,-- per jaar (vanaf 2019). Deze wijziging is nog niet verrekend in de begroting voor 2018 en de meerjarenraming 2019-2021. Na verrekening van de effecten van deze ontwikkelingen in de begroting 2018 en de meerjarenraming 2019-2021 blijkt dat er in deze periode (nog steeds) sprake is van een ruime dekking van kosten. De bevoegdheid tot het heffen van de lijkbezorgingsrechten wordt ontleend aan het bepaalde in artikel 229 lid 1 onder a en b van de Gemeentewet. Hierin zijn de zogenaamde gebruiks- en genotsretributies geregeld. Ook de lijkbezorgingsrechten vallen hier onder. In artikel 229b, eerste lid Gemeentewet wordt bepaald dat de tarieven die hiervoor worden vastgesteld zodanig moeten worden vastgesteld dat de begrote baten de begrote lasten niet overstijgen. Met het oog op deze wettelijke bepaling adviseren we om de komende jaren de tarieven niet te indexeren en zelfs naar beneden bij te stellen om uit te komen op een kostendekking van ca. 100%. Daarmee kan tevens beter worden aangesloten bij de tarieven in de regio. Het beheerplan 2018-2030 vormt een basis voor het beleid voor de periode 2018-2021. Het beheerplan is bijgesteld naar de huidige inzichten in het beheer op korte en middellange termijn. Trends en ontwikkelingen in de samenleving en in het begraafplaatswezen zijn direct van invloed op het beheerplan. Het is daarom raadzaam om bij de actualisatie van het beleidsplan in 2022 ook het beheerplan opnieuw te actualiseren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel