1.. De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken als blijkt dat:

  • - de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
  • - de vergunninghouder de voorwaarden als bedoeld in artikel 10 niet naleeft;
  • - de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het beschermde gemeentelijk monument zwaarder dient te wegen;
  • - niet binnen 52 weken van de vergunning gebruik wordt gemaakt.

2.. Van het besluit tot intrekking wordt een kopie aan de monumentencommissie gezonden.