1.Bij gewijzigde omstandigheden kunnen burgemeester en wethouders, al dan
niet op verzoek van de woningzoekende, besluiten de inhoud van de afgegeven
urgentieverklaring te wijzigen. Dit wordt ter kennis van de woningzoekende
gebracht door middel van de verstrekking van een gewijzigde urgentieverklaring,
waarbij tevens wordt meegedeeld dat de voordien verstrekte
urgentieverklaring is vervallen.
Burgemeester en wethouders kunnen een urgentieverklaring intrekken, indien:
aan de vereisten voor het verkrijgen van een urgentieverklaring niet
meer wordt voldaan;
b.de urgentieverklaring is verstrekt op grond van gegevens waarvan de
woningzoekende wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.6
Artikel 2.6.5
Wijziging en intrekking
Onderdeel van Verordening houdende regels omtrent de verdeling van woonruimte en de wijziging van de samenstelling van de woonruimtevoorraad