1.De eigenaar van een woonruimte die behorend tot de categorie huurwoningen
met een huurprijsgrens tot een bedrag tot en met de tussengrens, zoals
genoemd in bijlage l, is verplicht het ter beschikking komen van die woonruimte
onverwijld aan burgemeester en wethouders te melden. Het daaromtrent in
artikel 18 van de wet bepaalde is van overeenkomstige toepassing.
Een woonruimte wordt geacht ter beschikking te zijn gekomen, wanneer:
degene die de woonruimte in gebruik heeft aan de eigenaar het gebruik
daarvan heeft opgezegd;
de woonruimte is ontruimd;
de woonruimte als zodanig niet langer in gebruik is, tenzij aannemelijk wordt
gemaakt dat dit slechts korte tijd het geval is;
op enigerlei andere wijze is gebleken dat de woonruimte te huur is.
De eigenaar dient burgemeester en wethouders of door de burgemeester aan
te wijzen gemeenteambtenaren in de gelegenheid te stellen de woonruimte te
inspecteren ter vaststelling van de in de vorige leden genoemde gegevens.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.7
Artikel 2.7.1
Melding van ter beschikking komen
Onderdeel van Verordening houdende regels omtrent de verdeling van woonruimte en de wijziging van de samenstelling van de woonruimtevoorraad