Naar hoofdinhoud
1. . De gemeente stelt voor het parkeren van een motorvoertuig een willekeurig gelegen parkeervak in een parkeergarage ter beschikking. De gemeente bewaakt het motorvoertuig niet en houdt geen toezicht op personen of zaken die zich in een parkeergarage of op het hierbij behorend terrein bevinden. 2. . De overeenkomst komt tot stand: door bij de inrit van een parkeergarage de automaat waaraan de slagboom is verbonden, te bedienen en de door de automaat vervaardigde parkeerkaart uit te nemen; door bij de gemeente een elektronische parkeerkaart aan te schaffen; door bij de afdeling Stadswinkel van de gemeente: een dagkaart, te gebruiken met een parkeerkaart op de wijze als bedoeld onder a, aan te schaffen; een parkeerabonnement aan te schaffen. 3. . Een parkeer- en dagkaart en een parkeerabonnement worden in deze algemene voorwaarden ook aangeduid als parkeerbewijs 4. . In afwijking van het tweede lid komt een overeenkomst tot stand met een weggebruiker of een persoon die zich verplaatst met behulp van een voorwerp, niet zijnde een voertuig, die zonder een parkeerbewijs gebruik maakt of heeft gemaakt van een parkeergarage of het hierbij behorend terrein. 5. . Een persoon die een motorvoertuig wil parkeren, en een gebruiker als bedoeld in het vierde lid, zijn voor het gebruik van een parkeergarage een geldsom verschuldigd, die moet worden voldaan volgens deze algemene voorwaarden. 6. . Na de aanschaf van een parkeerbewijs kan de gemeente tijdelijk een parkeervak ter beschikking stellen in een andere parkeergarage, als dat noodzakelijk is wegens het plegen van onderhoud, een bedrijfsstoring of onvoorziene omstandigheden.

Rechtspraak bij dit artikel