** 1. .** Direct na de uitname van een parkeerkaart uit de automaat bij de inrit van een parkeergarage is parkeergeld verschuldigd, dat wordt samengesteld door de som van:
een starttarief, en
een tarief aan de hand van de werkelijke parkeertijd:
tijdens de volgende dagtarieftijden:
op zondag of een feestdag tussen 12.00 uur en 17.00 uur;
van maandag tot en met zaterdag, als een van deze dagen geen feestdag is, tussen 7.00 uur en 21.00 uur;
tijdens de nachttarieftijd, dat is de tijd tussen twee dagtarieftijden in.
** 2. .** Het starttarief bedraagt € 1,00.
** 3. .** Het tarief tijdens de dagtarieftijden bedraagt € 1,00 per uur.
** 4. .** Het tarief tijdens de nachttarieftijden bedraagt € 1,00 per uur. Tijdens de nachttarieftijd wordt ten hoogste € 1,00 in rekening gebracht.
** 5. .** Het berekende tarief wordt afgerond naar boven op eenheden van € 0,10.
** 6. .** Het starttarief en het daarbij op te tellen tarief dat wordt berekend aan de hand van de werkelijke parkeertijd bedraagt ten hoogste € 9,00 per kalenderdag.
** 7. .** Een houder van een parkeerkaart kan een parkeergarage alleen uitrijden nadat hij het verschuldigde parkeergeld heeft betaald.
** 8. .** Een houder kan alleen betalen bij de betaalautomaat in de parkeergarage. De door de automaat bepaalde gegevens zijn bindend voor partijen. De betaling vindt plaats door de volgende handelingen of gebeurtenissen:
eerst voert de houder de parkeerkaart in de daarvoor bestemde automaat in;
de automaat stelt het einde van de parkeertijd vast en berekent de parkeerduur en het daarvoor verschuldigde parkeergeld;
vervolgens betaalt de houder op de wijze als bij of op de automaat is vermeld.
** 9. .** De na betaling uit de automaat te nemen parkeerkaart moet een bestuurder, om uit te rijden, bij de uitrit van de parkeergarage invoeren in de automaat waaraan de slagboom is verbonden. Hiervoor heeft hij gedurende een periode van vijftien minuten de gelegenheid.
** 10. .** Als een bestuurder niet uitrijdt binnen vijftien minuten, dan is hij parkeergeld verschuldigd voor de tijd na de betaling van het parkeergeld, bedoeld in het achtste lid. Hij kan dit resterende parkeergeld alleen betalen door de parkeerkaart opnieuw in te voeren in de daarvoor bestemde betaalautomaat.
** 11. .** Er kan ten hoogste op zeven aaneengesloten kalenderdagen onafgebroken worden geparkeerd. Met ingang van de dagtarieftijd, bedoeld in het eerste lid, van de achtste kalenderdag verliest de parkeerkaart zijn geldigheid, waarna een bestuurder alleen een parkeergarage kan uitrijden na betaling van het verschuldigde parkeergeld en van de boete zoals bedoeld in artikel 1.6, derde lid.
Artikel 2.1