Naar hoofdinhoud
1.. Uitzicht op inkomensverbetering wordt in elk geval verondersteld niet aanwezig te zijn in de situatie dat aanvrager: op de aanvraagdatum volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; op de aanvraagdatum jonggehandicapte is en recht heeft op een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten; arbeidsbeperkt is en voor inkomensverbetering afhankelijk is van de re-integratie instrumenten van de gemeente Noordoostpolder, tenzij contractueel aangetoond kan worden dat er zicht is op inkomensverbetering door een proefplaatsing; op de peildatum volledig is ontheven van de arbeidsplicht en deze ontheffing nog minimaal één kalenderjaar na de peildatum doorloopt. 2.. Indien aanvrager niet valt onder één van de categorieën genoemd in het eerste lid, kan het college op grond van de eigen bevindingen tot het oordeel komen dat de aanvrager geen uitzicht op inkomensverbetering heeft; 3.. Indien aanvrager gehuwd is, wordt uitzicht op inkomensverbetering verondersteld niet aanwezig te zijn in de situatie dat op beide echtgenoten één of meerdere van in het eerste lid genoemde situatie van toepassing is; 4.. Het college kan afwijken van de voorgaande leden, indien het college van oordeel is dat er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die in de weg staan aan inkomensverbetering.

Rechtspraak bij dit artikel