**1..** Het college stelt de aard, omvang en duur van de tegenprestatie vast, op basis vanmaatwerk waarbij de individuele mogelijkheden en omstandigheden van de uitkeringsgerechtigde in acht worden genomen.
**2..** Daarnaast worden de beschikbare onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten inde beoordeling door het college meegewogen.
**3..** Uitgangspunt is dat de uitkeringsgerechtigde per week in beginsel 4 uurwerkzaamheden verricht in het kader van de tegenprestatie, tenzij er, naar het oordeel van het college, redenen zijn om dit aantal lager te bepalen.
**4..** Indien de uitkeringsgerechtigde slechts in beperkte mate activiteiten kan verrichten,worden specifieke afspraken gemaakt met betrekking tot de aard en de intensiteit van de tegenprestatie.
**5..** Indien elke activiteit onmogelijk is, dan ontheft het college de uitkeringsgerechtigdevan de verplichting tot het verrichten van de tegenprestatie naar vermogen.
**6..** De duur van de verplichte tegenprestatie bedraagt in beginsel maximaal 15 weken perJaar.
**7..** Het opleggen van een tegenprestatie wordt middels een beschikkingaan deuitkeringsgerechtigde medegedeeld.
Hoofdstuk 3
Artikel 6
- Vaststelling tegenprestatie naar vermogen
Onderdeel van Beleidsregels Participatie Noordoostpolder 2018