Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 6

- Vaststelling tegenprestatie naar vermogen

Onderdeel van Beleidsregels Participatie Noordoostpolder 2018

1.. Het college stelt de aard, omvang en duur van de tegenprestatie vast, op basis vanmaatwerk waarbij de individuele mogelijkheden en omstandigheden van de uitkeringsgerechtigde in acht worden genomen. 2.. Daarnaast worden de beschikbare onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten inde beoordeling door het college meegewogen. 3.. Uitgangspunt is dat de uitkeringsgerechtigde per week in beginsel 4 uurwerkzaamheden verricht in het kader van de tegenprestatie, tenzij er, naar het oordeel van het college, redenen zijn om dit aantal lager te bepalen. 4.. Indien de uitkeringsgerechtigde slechts in beperkte mate activiteiten kan verrichten,worden specifieke afspraken gemaakt met betrekking tot de aard en de intensiteit van de tegenprestatie. 5.. Indien elke activiteit onmogelijk is, dan ontheft het college de uitkeringsgerechtigdevan de verplichting tot het verrichten van de tegenprestatie naar vermogen. 6.. De duur van de verplichte tegenprestatie bedraagt in beginsel maximaal 15 weken perJaar. 7.. Het opleggen van een tegenprestatie wordt middels een beschikkingaan deuitkeringsgerechtigde medegedeeld.

Rechtspraak bij dit artikel