Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 7

- Nadere bepalingen

Onderdeel van Beleidsregels Participatie Noordoostpolder 2018

1.. De uitkeringsgerechtigde krijgt zelf de gelegenheid binnen 20 werkdagen na hetopleggen van de verplichting om een tegenprestatie te leveren bij een organisatie, instelling, club of vereniging een tegenprestatieplaats te zoeken. 2.. Bij onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden kan worden gedacht aan hetleveren van een bijdrage aan het verbeteren van de leefbaarheid in dorp, wijk of straat en vrijwilligerswerk in het algemeen. 3.. Onder vrijwilligerswerk wordt onbetaald werk met een maatschappelijk of liefdadigdoel zonder commerciële belangen verstaan. 4.. Het college kan de uitkeringsgerechtigde voorlichting geven over geschikteWerkzaamheden. 5.. Indien de uitkeringsgerechtigde reeds onbeloonde maatschappelijk nuttigewerkzaamheden verricht, dan kunnen die, op verzoek van de uitkeringsgerechtigde, indien aan de overige voorwaarden wordt voldaan, worden beschouwd als activiteiten in het kader van de tegenprestatie. 6.. Indien de uitkeringsgerechtigde noodzakelijke mantelzorg verleend voor tenminste 4uur per week, wordt geen tegenprestatie opgelegd. 7.. Indien de uitkeringsgerechtigde een re-integratietraject volgt voor tenminste 12 uurper week of ten minste 20 uur per week werkt, wordt geen tegenprestatie opgelegd. 8.. Wanneer de uitkeringsgerechtigde niet binnen 20 werkdagen nadat deverplichting isopgelegd zelf een tegenprestatieplaats heeft weten te verkrijgen, kan het college een geschikte tegenprestatie opleggen.

Rechtspraak bij dit artikel