Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.3

Regelgeving niet-projectmatige ontgravingen in de kernen van de voormalige gemeente Eijsden

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Eijsden-Margraten houdende regels omtrent de Nota Bodembeheer Eijsden-Margraten 2017

Voor wat betreft de kernen van de voormalige gemeente Eijsden is in verband met de aanwezigheid van een diffuus ernstige verontreiniging naast het Besluit bodemkwaliteit ook artikel 28 van de Wet bodembescherming (handelingen om de bodem te saneren dan wel de verontreiniging te verminderen of te verplaatsen) van kracht, waarbij de bevoegdheid bij de provincie is gelegen. De diffuse verontreinigingen, binnen gebieden van de bebouwde kommen van de voormalige gemeente Eijsden gerealiseerd voor 1970, passen eigenlijk niet binnen de gevalsdefinitie zoals deze in de Wbb is opgenomen. Het gaat om een diffuse situatie, die meer een beheersbenadering vraagt. Deze benadering wordt in de navolgende paragrafen vastgelegd voor kleine (particuliere) ontgravingen (tot 25 m3) waarbij de keten van ontgraving en verwerking van de verontreinigde grond is beschreven. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: Voor de kleinschalige ontgravingen is geen sprake van een saneringsdoel; De onderzoeksverplichtingen gelden voor de bovengrondzones “Eijsden vóór 1970 “, “Wonen overig voor 1970” en de ondergrondzone “Eijsden vóór 1970“. Het minimale onderzoeksplichtig (ten aanzien van de Wbb of Bbk) graafvolume is 25 m3. Vanuit de ARBO kan echter onderzoek verplicht worden gesteld bij kleinere graafvolumes. Een vrijstelling voor de verplichting van milieukundige begeleiding, analoog aan de randvoorwaarden voor BUS “Tijdelijk uitplaatsen”; Een vrijstelling voor de aannemer voor wat betreft de certificering BRL7000; De kenbaarheid in het kader van de Wkpb is verankerd in de meldingsprocedure;

Rechtspraak bij dit artikel