Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Afwegingskader

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning 2017

4.2.1 De voorziening in natura N1) Een voorziening in natura wordt door het college verstrekt. Toekenning vindt plaats bij beschikking. In de beschikking worden de voorwaarden opgenomen waaronder verstrekking plaatsvindt. Voor alle voorzieningen wordt een bijdrage gevraagd, behalve voor rolstoelen en kindervoorzieningen anders dan woningaanpassingen. Een eventueel te betalen bijdrage wordt door de gemeente aangekondigd. De hoogte van de bijdrage is niet exact van tevoren aan te geven, aangezien berekening, oplegging en inning plaats zal vinden door het CAK. De methode van berekening is terug te vinden op www.hetcak.nl of op te vragen bij het Wmo-loket. N2) Voor een voorziening in natura die in bruikleen wordt verstrekt, dient een bruikleenovereenkomst te worden ondertekend door de gemeente en de aanvrager. Deze bruikleenovereenkomst bevat rechten en plichten voor het gebruik van de voorziening. N3) Schade aan de voorziening die door eigen toedoen of nalaten is ontstaan en die niet voor rekening van een derde komt, kan worden verhaald op de bruikleennemer. N4) Onderhoud en keuring worden uitsluitend uitgevoerd op het woonadres, in Het gebruiksgebied of in de werkplaats van de leverancier. Dus niet op vakantie of in het buitenland. De voorziening mag in Nederland gebruikt worden en de bruiklener kan dan bij problemen terecht bij (het netwerk van) de leverancier. N5) Bij verstrekking in natura vallen normale kosten van onderhoud en WA-verzekering onder de verstrekking. N6) Aanvragen voor aanpassingen aan een voorziening in natura kunnen ambtshalve worden toegekend als: de situatie van cliënt niet wezenlijk veranderd is er geen aanvullend onderzoek nodig is In deze situaties is geen ondertekend aanvraagformulier nodig. Toekenning vindt plaats bij beschikking. N7) Een voorziening in natura die in bruikleen of eigendom wordt verstrekt, wordt in principe voor onbepaalde tijd toegekend. Tussentijdse beleidswijzigingen kunnen van invloed zijn op deze lopende indicatie. N8) Voorzieningen in natura worden in principe in bruikleen verstrekt. Bij selectie van een voorziening wordt eerst beoordeeld of de aanwezige depotvoorzieningen voldoen aan de gestelde eisen. Als er geen geschikte middelen zijn, zal overgegaan worden tot verstrekking van een nieuw middel. 4.2.2 Een persoonsgebonden budget (PGB) P1)  Een maatwerkvoorziening in de vorm van een PGB voor begeleiding of voor thuishulp in combinatie met begeleiding wordt alleen verstrekt indien de cliënt dit gemotiveerd aan de hand van een budgetplan. Zonder een door de gemeente goedgekeurd budgetplan wordt geen PGB verstrekt. De gemeente controleert en evalueert aan de hand van het budgetplan of het PGB wordt ingezet voor veilige, doelmatige en cliëntgerichte ondersteuning. P2) Het college heeft vastgesteld dat geen persoonsgebonden budget wordt toegekend: voor een vervoersvoorziening in de vorm van collectief vervoer; aan een persoon die zich in een traject van schuldsanering bevindt, tenzij aangetoond en vastgelegd is dat het PGB besteed wordt aan de beoogde voorziening; aan een persoon die onder bewindvoering staat, tenzij aangetoond en vastgelegd is dat het PGB besteed wordt aan de beoogde voorziening; als uit twee achtereenvolgende controles is gebleken dat een persoon niet in staat is het PGB te verantwoorden; als de belanghebbende handelingsonbekwaam is; als de belanghebbende als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie heeft en niemand dit en de administratie kan overnemen; als er sprake van verslavingsproblematiek is; als de belanghebbende, indien het een aanvraag voor begeleiding of thuishulp in combinatie met begeleiding, niet uiterlijk twee weken na het keukentafel gesprek een volledig ingevuld budgetplan overlegd en/of weigert over het budgetplan in gesprek te gaan. Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een PGB niet gewenst is. In deze situaties kan een PGB worden geweigerd. Om een PGB af te wijzen op overwegende bezwaren, moet er enige feitelijke onderbouwing zijn op grond waarvan afgewezen kan worden. Dit kan een medische onderbouwing zijn, maar ook het aantonen van schulden of eerder misbruik. De onderbouwing wordt in de beschikking vermeld. P3) Een persoonsgebonden budget zal ambtshalve omgezet worden in natura als: uit twee achtereenvolgende controles is gebleken dat (een deel van) het PGB niet is besteed aan een voorziening die voldoet aan het programma van eisen; na een controle blijkt dat een persoon bij terugvordering van het niet of onjuist bestede deel van het PGB dit deel niet terugbetaalt. In deze situaties is geen ondertekend aanvraagformulier nodig. Omzetting vindt plaats bij beschikking. P4) Verantwoording van besteding van het pgb loopt via de SVB. Verantwoording over de kwaliteit en doelmatigheid van de ingekochte diensten en overige voorzieningen vindt plaats in gesprek met de Wmo-consulent. Dit kan plaats vinden tijdens een herindicatie, volgens vooraf gemaakte afspraken of steekproefsgewijs. P5) Naast deze uitzonderingen komt het voor dat bij een aanvrager met een progressief ziektebeeld al op voorhand vast staat dat binnen korte tijd vervanging van de voorziening nodig is en wellicht daarna weer. Het is dan ook de vraag of deze situatie zich wel leent voor een persoonsgebonden budget. Het college besluit in overleg met cliënt en rekening houdend met efficiency en kostenaspecten of een PGB wordt toegekend. P6) Het college verstrekt een persoonsgebonden budget alleen voor thuishulp of begeleiding aan een persoon uit het netwerk van een cliënt (bijvoorbeeld partner of familielid) als: er sprake is van bovengebruikelijke mantelzorg (3.11); de inzet van dit pgb duurdere zorgkosten voorkomt of uitspaart; de inzet voldoet aan de in het persoonlijk plan vermelde eisen en het voor thuishulp niet gaat om in een inwonende huisgenoot. P7) Het college bepaalt de omvang van het persoonsgebonden budget. De hoogte van het PGB bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura. P8) Het budget kan alleen gebruikt worden voor een maatwerkvoorziening en de daaraan noodzakelijk verbonden kosten. Met de voorziening moeten de doelen zoals vastgesteld zijn in de beschikking of het persoonlijk budgetplan en moeten, indien van toepassing, voorzien zijn van een CE-keurmerk. P9) Wat betreft de thuishulp en begeleiding gaat het om de betaling van tijd aan dienstverleners. De uitbetaling zal dan ook plaats vinden per uur, per etmaal, per dagdeel of een gedeelte daarvan. De maximale uur- en dagdeeltarieven worden door het college vastgesteld en kunnen elk jaar aangepast worden aan de economische ontwikkelingen. De bedragen zijn vastgelegd in de verordening maatschappelijke ondersteuning. Eventuele reiskosten worden betaald uit het totale toegekende budget, dat betekent dat er bijvoorbeeld een lager uurloon met de hulpverlener afgesproken wordt. Het afgesproken uurloon mag liggen tussen het maximale tarief uit de tabel bij de Verordening en het minimumloon van toepassing is op de desbetreffende hulp. P10) Wat betreft de maatwerkvoorzieningen anders dan diensten maakt het college per toekenning een berekening. Daarbij moet het bedrag voldoende zijn om de voorziening aan te schaffen of te laten uitvoeren. Bij nieuwe hulpmiddelen wordt standaard uitgegaan van een afschrijvingstermijn van 7 jaar. Voor reeds gebruikte hulpmiddelen wordt de afschrijvingstermijn naar rato bepaald. Bij woningaanpassingen wordt uitgegaan van de afschrijvingstabel in bijlage VII. Voor de berekeningsmethode zie bijlage II. P11) Bij beschikking maakt het college bekend wat de omvang van het persoonsgebonden budget is, voor hoeveel jaar het persoonsgebonden budget is bedoeld, welke doelen bereikt dienen te worden met besteding van het budget en welke overige afspraken er gemaakt zijn. P12) Het college neemt in de beschikking op of er een bijdrage in de kosten verschuldigd is. De hoogte van de bijdrage is niet exact van tevoren aan te geven, aangezien berekening, oplegging en inning plaats zal vinden door het CAK. De methode van berekening is terug te vinden op www.hetcak.nl of op te vragen bij het Wmo-loket. P13) Zodra de beschikking door het college is verzonden, wordt het PGB beschikbaar gesteld aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Alleen de PGB’s voor eenmalige verstrekkingen worden zolang de SVB deze niet uitbetaald, nog rechtstreeks uitbetaald aan de budgethouder. P14 ) Een PGB voor voorzieningen wordt verstrekt voor een periode zoals die is vastgelegd in de beschikking. In deze periode zal geen nieuw PGB verstrekt worden voor een voorziening met hetzelfde programma van eisen. Ook zal geen voorziening in natura worden verstrekt met het zelfde programma van eisen gedurende bovengenoemde periode. P15) Bij overlijden van de budgethouder wordt de uitbetaling van het PGB voor diensten  per direct beëindigd. Bij afwezigheid van inwonende erfgenamen wordt het reeds uitbetaalde PGB voor de maand van overlijden niet teruggevorderd en wordt geen verantwoordingsformulier opgevraagd. P16) PGB’s worden niet uitbetaald aan bemiddelaars of bemiddelingsbureau’s. P17) PGB’s worden verstrekt voor hulp en ondersteuning in de directe omgeving van de cliënt. In principe mag het PGB niet gebruikt worden voor ondersteuning of hulp tijdens vakantie of verblijf in het buitenland.

Rechtspraak bij dit artikel