Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.2

Begeleiding en persoonlijke verzorging

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning 2017

6.2.1 Begeleiding naar de gemeente gekomen met de Wmo 2015 Tot 2015 was begeleiding een functie in de AWBZ. Volgens de AWBZ kon een verzekerde met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap die matige, of zware beperkingen hebben op het terrein van: sociale zelfredzaamheid, bewegen en verplaatsen, psychisch functioneren, geheugen en oriëntatie of matig of zwaar probleemgedrag vertonen, aanspraak doen op de functie “begeleiding”. Wanneer er een zogenaamde AWBZ grondslag was vastgesteld kon de functie begeleiding (en het aantal uren of dagdelen dat nodig werd geacht) worden geïndiceerd. Hoewel bij het CIZ ruime ervaring was opgedaan bij het indiceren van begeleiding is het niet meer mogelijk om de door hen ontwikkelde indicatieprotocollen over te nemen. De opdracht aan gemeenten is ook om na 2015 te onderzoeken hoe de bestaande vormen van begeleiding anders en dichterbij de klant kunnen worden georganiseerd. Daarnaast worden gemeenten gestimuleerd om nieuwe vormen van algemene voorzieningen en maatwerk te ontwikkelen. Het jaar 2015 was een overgangsjaar. In dat jaar stond de zorgcontinuïteit voorop. In de loop van 2015 en 2016 heeft met alle klanten een gesprek plaats gevonden, waarbij aan de hand van de Wmo 2015-systematiek besproken is welke zorgplicht ten aanzien van zelfredzaamheid en participatie de gemeente heeft voor deze klant. Hierbij wordt onder andere gebruik gemaakt van de Zelfredzaamheidsmatrix (zie hoofdstuk 2.6). Dit gesprek vormt de basis om te komen tot maatwerkondersteuning. Begeleiding kan in verschillende vormen geboden worden. Zo kennen we begeleiding in groepsvorm, individuele begeleiding en respijtzorg/kortdurend verblijf. Daarnaast maakt het vervoer naar en van de begeleiding groep een onderdeel uit van de begeleiding. Persoonlijke verzorging: Ondersteuning bij de persoonlijke verzorging kan als individuele ondersteuning worden ingezet in de verschillende categorieën. Indien er bij de Inwoner sprake is van behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop en de ondersteuning bij de persoonlijke zorg daaraan gerelateerd is dan wel te relateren is, dan valt deze ondersteuning onder de ZVW. Individuele begeleiding Basis: De aanbieder houdt zich m.n. bezig met zijn of haar expertise. Wanneer er sprake is van het vervullen van een sleutelrol met andere aanbieders, dan zijn de doelen helder en de uitvoerders goed in staat deze taken uit te voeren. Er is sprake van continue ondersteuning. Bijvoorbeeld bij een multi problematische casus waarin er op veel vlakken doelen liggen, maar waar voldoende hulp aanwezig is en wordt uitgevoerd door bijvoorbeeld de Thuisbegeleiding;- GGZ, SPV en Psychiater; Bewindvoerder; Maatschappelijk werk; Pleegzorg, jeugdzorg. Individuele begeleiding Plus: De aanbieder voert vele activiteiten uit én heeft een sleutelrol in het regisseren van de betrokkenen (mantelzorg / netwerk/ vrijwilligers / professionals) én er is sprake van meervoudige problematiek. De begeleidingsdoelen liggen op verschillende vlakken. Oplossingen moeten worden gevonden omdat gevoelens en gedachten, bijvoorbeeld somberheid, angstig of boosheid, oorzaak zijn van de hulpvraag. Daardoor heeft de Inwoner met andere mensen of instanties moeilijkheden. In sommige gevallen is in korte tijd (vaak bij crisis) veel te bereiken omdat de crisis bedongen moet worden Vaak wordt een hulpverleningsplan uitgewerkt, het gaat dan om toeleiding naar juiste zorg. Voorbeelden zijn: bij opvoedingsproblemen: opvoedingsondersteuning, bij problematiek kinderen/ouders GGZ ingeschakeld in de vorm van spv’er en/of psychiater (denk aan persoonlijkheidsproblematiek, verslavingen, autisme spectrum stoornissen e.d.) financiën: bewindvoering /schuldhulpverlening opgezet bij vervuiling / verzamelwoede, bijvoorbeeld samenwerking met begeleidende instantie en woningbouw corporaties etc. Werkloos, trajecten UWV, Bijstand, Vinden van dag/weekinvulling waarbij rekening gehouden wordt met problematiek. Wanneer deze eerste ‘roerige’ fase afgerond is, zal er indien mogelijk afgeschaald worden of vindt er een nieuwe beoordeling plaats. Individuele begeleiding Speciaal: De aanbieder biedt aan inwoners met een zintuiglijke beperking specialistische ondersteuning. Het betreft hier meestal naast de zintuiglijke beperking, ook vaak verstandelijke en/of psychiatrische) beperkingen. Deze combinatie van beperkingen maakt het complex. Het aanbod van specialistische ondersteuning voor deze doelgroep wordt voor het grootste gedeelte door een beperkt aantal landelijke ZG-aanbieders in Nederland geleverd. Het kan echter ook door regionale aanbieders worden geboden die geen landelijk contract hebben afgesloten. Groep licht Dagprogramma met accent op begeleiding in groepsverband, gericht op bijhouden van vaardigheden; eventueel aangevuld met lichte assistentie bij persoonlijke zorg. Het dagprogramma zal bijdragen aan verlichting van sociaal isolement van de betreffende cliënt, of aan verlichting van de zorg thuis door mantelzorgers. Tijdens dagactiviteit is weinig of slechts beperkte verzorging nodig. De groepsgrootte wordt niet alleen bepaald door de zorgzwaarte van de cliënt maar hangt ook samen met de aard van de aangeboden dagbestedingactiviteiten. Het dagprogramma legt naar inhoud een accent op zelfgekozen bezigheid en activering (activiteiten gericht op zinvol besteden van de dag, aangepast aan mogelijkheden en interesse van de cliënt, waaronder handvaardigheid, expressie, beweging, belevingsactiviteiten); waar onder vaardigheidstraining. “activering, individueel belevingsgericht” belevingsgerichte activiteiten op een eenvoudig niveau met extra aandacht voor sfeer, geborgenheid, veiligheid, ritme en regelmaat). De begeleiding kan ook gericht zijn op arbeidsmatig werken (activiteiten met een zelfstandig karakter waarbij het vaak zal gaan om het tot stand brengen van een product of dienst, afgestemd op de mogelijkheden en interesse van de cliënt). Groep Midden Dagactiviteit voor inwoners die als gevolg van hun beperkingen niet kunnen participeren (maatschappelijke integratie is niet mogelijk). De activiteit vindt plaats, buiten de woonsituatie, in groepsverband. Er is sprake van meervoudige problematiek. De begeleidingsdoelen liggen op verschillende vlakken. Oplossingen moeten worden gevonden omdat gevoelens en gedachten, bijvoorbeeld somberheid, angstig of boosheid, oorzaak zijn van de hulpvraag en daarmee samenhangende beperkingen (onder meer sociale redzaamheid). Het programma legt naar inhoud in verhouding tot groep licht bij arbeidsmatige activiteiten meer een accent op gestructureerde activiteiten, waarbij met de cliënt gerichte afspraken zijn gemaakt over de werkzaamheden die verricht zullen worden (er is een overeenkomst tussen cliënt en aanbieder). Het gaat om onbetaalde werkzaamheden. Er zijn duidelijke afspraken gemaakt over het aantal dagdelen dat de cliënt werkzaam is en het tijdstip waarop de werkzaamheden verricht worden. De volgende punten zijn van belang: arbeidsmatige activiteiten hebben betekenis in het kader van persoonlijke ontplooiing en verkenning van individuele mogelijkheden, bijvoorbeeld gericht op het opdoen van arbeidservaring of het toe leiden naar een (on-)betaalde baan; arbeidsmatige activiteiten zijn gericht op het aanleren en/of onderhouden van arbeidsvaardigheden; er is een stimulerend leer- en oefenmilieu; arbeidsmatige activiteiten zijn gericht op “herstel” van bijvoorbeeld somberheid, angstig of boosheid en daarmee samenhangende beperkingen. Dit herstel draagt bij aan bevordering van maatschappelijke re-integratie; Groep Zwaar Dagactiviteit in groepsverband, waarbij intensieve begeleiding in samenhang staat met persoonlijke verzorging en met behandeling (op de achtergrond). Deze activiteiten vinden overdag plaats, buiten de woonsituatie, in groepsverband. Er is een multidisciplinaire benadering en advisering. Het programma is bedoeld voor zelfstandig wonende inwoners met uitgebreide beperkingen bij het dagelijks functioneren (persoonlijke zorg, mobiliteit, zelfredzaamheid), veelal samenhangend met chronische aandoeningen.(waaronder een sterk verminderde zelfregie door zoals bijvoorbeeld dementie, verstandelijke handicap, stabiele psychische stoornis, ernstige lichamelijke handicap). Het programma - dat gedurende een lange periode wordt geboden – legt naar inhoud in verhouding tot groep licht en midden meer een accent op het stabiliseren van functioneren en voorkomen van verergering van klachten. Het aanbod van dagactiviteit is gericht op: ondersteuning bij de dagbesteding en bij sociale activiteiten; stabilisering van functioneren en voorkomen van verergering van beperkingen; leren omgaan met fysieke en/of cognitieve beperkingen; voorkomen van achteruitgang in fysieke, cognitieve en sociaal emotionele vaardigheden. Het programma kan ertoe bijdragen dat de inwoner op verantwoorde wijze in de vertrouwde thuissituatie kan blijven wonen. Het kan ook bijdragen tot vermindering van de belasting van mantelzorgers. De groepsgrootte wordt niet alleen bepaald door de zorgzwaarte van de cliënt maar hangt ook samen met de aard van de aangeboden activiteiten. Vervoer naar begeleiding in groepsverband Als een cliënt in aanmerking komt voor Begeleiding Groep zal ook worden onderzocht of de cliënt in staat is om de locatie van de dagbesteding te bereiken. Allereerst zal gekeken worden of er een geschikte dagbesteding in de buurt van de cliënt is om de reisafstand en reistijd te beperken. Wanneer een klant in staat is met het openbaar vervoer te reizen (eventueel na oefenen onder begeleiding) of met de fiets of een ander vervoermiddel zelfstandig (of onder begeleiding van mantelzorg of vrijwilliger, indien beschikbaar) de locatie kan bereiken dan is dat uiteraard voorliggend. Wanneer dit niet mogelijk is zal vervoer van en naar de locatie worden toegevoegd aan het maatwerk. De aanbieder is dan verantwoordelijk voor het vervoer. Respijtzorg Om mantelzorgers te ontlasten kan iemand kortdurend logeren in een instelling. Wanneer er sprake is van plotseling wegvallen van de mantelzorger kan ook sprake zijn van een planbare, voorzienbare afwezigheid. zoals een geplande ziekenhuisopname van de mantelzorger. De aanbieder zorgt bij kortdurend verblijf voor opvang, maar ook het eventueel benodigde toezicht, dagbesteding en begeleiding. Dit verblijf kan gecombineerd worden met huisartsgeneeskundige of verpleegkundige zorg vanuit de Zvw. Het is aan de huisarts in samenspraak met de (wijk)verpleegkundige om te beoordelen of deze zorg adequaat geleverd kan worden via visites van huisarts en/of verpleegkundige. Het is ook mogelijk om een begeleider/verzorger thuis te laten overnachten. Het gaat hier wel om kortdurend verblijf, waarbij we in weken denken en niet in maanden Er moet bij dit product altijd worden gekeken naar de Subsidieregeling eerstelijns verblijf 2015. Spoedzorg Onder spoedzorg (ook wel crisisopvang genoemd) verstaan we een hulpvraag om zorg of ondersteuning waarop binnen 24 tot 48 uur moet worden gehandeld. Het gaat om situaties waarin iemand uit de huiselijke setting moet worden gehaald als gevolg van een onverwachte en voor de cliënt ingrijpende gebeurtenis. Of het gaat om een situatie waarin een persoon terugkomt in de huiselijke setting, bijvoorbeeld na een ziekenhuis opname waarbij met spoed huishoudelijke hulp of begeleiding moet worden ingezet. De crisisbedden worden op regionaal niveau ingekocht samen met het Zorgkantoor die bedden inkopen voor de WLZ. De gezamenlijke inkoop van Wlz/Wmo crisis-bedden maakt een flexibele inzet van bedden mogelijk. Waar sprake is van onderbezetting van ‘Wlz’-bedden, kan deze ingezet voor ‘Wmo’-bedden. Meer informatie over spoedzorg is te vinden op https://vng.nl/files/vng/publicaties/2015/201507-informatiekaart-spoedzorg-juli2015.pdf. Beschermd wonen via centrumgemeente Assen Klanten die door hun beperkingen behoefte hebben aan een beschermd woonklimaat die gericht is op het bieden van structuur en ondersteuning van alle dagelijkse activiteiten, wonen vaak in een zogenaamde woonvorm voor beschermd wonen. Dit is geen grote instelling maar een cluster van vaak “gewone” woningen waarbij op kleine schaal klanten uit een bepaalde doelgroep (psychiatrie, verstandelijke beperking, ouderen) bij elkaar wonen. Soms is er sprake van een eigen leefeenheid, soms alleen van een eigen slaapkamer. Er zijn gemeenschappelijke ruimten, waar de klanten elkaar en de aanwezige begeleiders ontmoeten. Klanten krijgen begeleiding bij het brengen van structuur in hun dagelijks leven, ondersteuning bij regelzaken en geldbeheer en bij het vinden van een passende dag invulling. Voor een deel van de klanten is beschermd wonen een opstapje naar zelfstandig wonen. Voor beschermd wonen was een indicatie op grond van de AWBZ noodzakelijk, maar maakt nu onderdeel uit van de zorgplicht van de gemeente op grond van de Wmo. Het wordt voorlopig een taak voor de zogenaamde centrumgemeenten, zij krijgen ook het budget voor deze taak. De intake en de herindicaties worden door de gemeente Assen uitgevoerd. Wel zal er vooraf contact zijn met de gemeente De Wolden om reeds aanwezige informatie uit te wisselen, in het kader van het integraal bekijken van de situatie van de cliënt. Ook de gemeente De Wolden zal bij aanvragen van ander maatwerk (bijv. een rolstoel) contact opnemen met de centrumgemeente Assen om te overleggen over de totale situatie van de klant. Ook worden er in regionaal verband indicatiecriteria voor beschermd wonen opgesteld en afspraken gemaakt over toewijzing. Ook over de uitstroom (als een klant vanuit de beschermde woonvorm naar een zelfstandige woning gaat) zijn werkafspraken gemaakt met de centrumgemeente Assen. Voor klanten uit gemeente De Wolden geldt dat voor aanvragen en indicaties Beschermd Wonen het beleid van centrumgemeente Assen van toepassing is en wordt gevolgd. Maatschappelijke opvang Maatschappelijke opvang is het tijdelijk bieden van onderdak, begeleiding, informatie en advies aan personen die, door één of meer problemen, al dan niet gedwongen de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Centrumgemeente Assen is verantwoordelijk voor de uitvoering van een samenhangend aanbod van maatschappelijke opvang. Er wordt zowel op bestuurlijk als uitvoerend niveau samengewerkt met alle betrokken partijen (opvanginstellingen, zorgkantoren en woningcorporaties) en de gemeenten in de regio. De focus binnen de maatschappelijke opvang zal de komende jaren worden verlegd van opvang naar preventie en blijvend herstel na uitstroom. Klanten worden in hun eigen kracht ondersteund, zodat dakloosheid zoveel mogelijk wordt voorkomen. Doel is dat een opvangplek hooguit een korte tussenstop is, waarna weer participatie in de Nederlandse samenleving kan plaatsvinden. Ook de ondersteuning van zwerfjongeren maakt onderdeel uit van het maatschappelijke opvangbeleid. Mensen die gebruik moeten maken van de maatschappelijke opvang en die zich in De Wolden op het gemeentehuis melden worden doorverwezen naar Assen. 6.2.2 Voorliggende voorzieningen voor begeleiding Behandeling Alvorens begeleiding als maatwerk in te zetten is het van belang dat wordt onderzocht wat de mogelijkheden van behandeling zijn. De stelregel hierbij is dat als verbetering van functioneren of handelen (vaardigheden) nog mogelijk is, eerst behandeling wordt ingezet. Het is uiteraard niet aan de Wmo-consulent om dit te bepalen. Hiervoor wordt de medisch adviseur (onafhankelijk arts) ingeschakeld. Behandeling kan worden geboden door bijvoorbeeld: ergotherapeut, psychiater, psycholoog, sociaal psychiatrisch verpleegkundige, specialist ouderen geneeskunde of in een revalidatiecentrum of een centrum gespecialiseerd in bepaalde problematiek (zoals een reuma-centrum). Behandeling is gericht op: het verbeteren van de aandoening/ stoornis/beperking, het aanleren van nieuwe vaardigheden of gedrag of nadere functionele diagnostiek. Anders dan in de AWBZ is de diagnose niet leidend, maar een diagnose is doorgaans wel vereist om behandeling in te kunnen zetten en om te bepalen hoe begeleiding de behandeling eventueel kan versterken (en niet contra- productief is). Begeleiding kan wel worden ingezet om de tijdens behandeling geleerde vaardigheden te oefenen of in te slijten. Soms kan begeleiding en behandeling ook tegelijkertijd worden ingezet; dan neemt de begeleiding de taak tijdelijk over, totdat deze tijdens behandeling is aangeleerd. Uiteraard dient er hierover een goede afstemming tussen behandelaar en begeleider plaats te vinden. De Wet Langdurige Zorg (Wlz) De nieuwe Wet Langdurige Zorg vervangt de huidige AWBZ. Dit heeft in de overgangsfase een aantal gevolgen: mensen met een indicatie voor verblijf die nu in een instelling wonen behouden hun recht en hun plek; mensen met een indicatie voor verblijf (een ZorgZwaartePakket), maar die (nog) niet in een instelling wonen, behouden het recht om in een instelling te gaan wonen en daarmee onder de Wlz te gaan vallen; voor mensen met extramurale zorg is geen overgangsregime richting Wlz geformuleerd. Zij vallen per 1 januari 2015 onder de Wmo, Zvw of Jeugdwet met het daarin geldende overgangsregime. De indicatiestelling voor de Wlz blijft (net als bij de AWBZ) in handen van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Van welke aanspraken de cliënt gebruik kan maken, hangt af van zijn individuele wensen, mogelijkheden en behoeften. De aanspraken bestaan uit: verblijf in een instelling; persoonlijke verzorging, begeleiding en verpleging; behandeling en medische, gedragskundige of paramedische zorg die noodzakelijk is in verband met de aandoening, beperking of handicap; algemene behandelingen zoals algemene geneeskundige zorg (niet paramedisch), behandeling van een psychische stoornis, farmaceutische en tandheelkundige zorg, tenzij cliënt gebruik maakt van Volledig Pakket Thuis, Modulair Pakket Thuis of PGB, dan moet een beroep worden gedaan op de Zorgverzekerings Wet; individueel gebruik van mobiliteitshulpmiddelen; vervoer naar de plek waar de cliënt begeleiding of behandeling ontvangt. Binnen de Wlz zijn vier leveringsvormen mogelijk: zorg met verblijf: integraal pakket van zorg en wonen in een instelling; zorg zonder verblijf - volledig pakket thuis (VPT): integraal pakket van zorg en hotelmatige diensten in de eigen woning; zorg zonder verblijf - persoonsgebonden budget (PGB): het geld wordt beheerd door de Sociale Verzekerings Bank (SVB) en komt niet meer op de rekening van de cliënt. zorg zonder verblijf - modulair pakket thuis (MPT): slechts delen van het pakket aan zorg in natura thuis. Combinatie met PGB is mogelijk. Betrokkenheid is een belangrijk uitgangspunt in de Wlz. Cliënten krijgen meer eigen verantwoordelijkheid, keuzevrijheid en zeggenschap. Zij kunnen zelf hun zorgaanbieder kiezen en - binnen de randvoorwaarden - aangeven hoe en waar ze de zorg het liefst willen ontvangen. Ook het sociale netwerk van de cliënt moet betrokken worden in de zorg. Professionals moeten mantelzorgers en vrijwilligers als gelijkwaardige partners in ondersteuning en zorg zien en hen daar zoveel mogelijk bij betrekken, bijvoorbeeld bij de zorgplanbespreking. De overheid streeft naar een meer inclusieve samenleving met verbindingen tussen zorgaanbieders en tussen organisaties in het zorgdomein en in andere domeinen (zoals scholen en horeca). De Zorgverzekeringswet (Zvw) Verpleging en verzorging thuis (wijkverpleging) Verpleegkundige zorg voor mensen met (een hoog risico op) lichamelijke problemen valt vanaf 2015 onder de Zorgverzekeringswet. Niet alleen puur verpleegkundige of verzorgende handelingen, maar ook het coördineren van de zorg, coaching (bijvoorbeeld ondersteuning bij zelfmanagement) en individuele, zorggerelateerde preventie. Wie deze zorg verleent, wordt bepaald door de specifieke omstandigheden. Dat kan een verpleegkundige zijn, maar ook een verzorgende, een wijkverpleegkundige of een casemanager dementie. Verder wordt het basispakket uitgebreid met de extramurale behandeling van de zintuiglijke gehandicaptenzorg, met verpleging en persoonlijke verzorging zonder verblijf en met het tweede en derde jaar van de intramurale op behandeling gerichte geestelijke gezondheidszorg (het eerste jaar maakte al deel uit van het basispakket). De persoonlijke verzorging is onderdeel van het basispakket van de zorgverzekeraar. Het gaat hier dus om wijkverpleging- en verzorging, bijvoorbeeld om het toedienen van medicatie, verzorgen van wonden en hulp bij het aankleden en wassen. Voor persoonlijke verpleging en verzorging (wijkverpleging) betaalt men geen eigen risico. Iemand heeft recht op langdurige zorg via de Zvw als hij/zij behoefte heeft aan geneeskundige zorg of daar een hoog risico op heeft. Onder de nieuwe aanspraak wijkverpleging vallen: de huidige extramurale AWBZ-functie verpleging (VP); het grootste deel van de huidige extramurale AWBZ-functie persoonlijke verzorging (PV); medisch-specialistische verpleging thuis (MSVT, valt nu al onder de Zvw); taken die nu zijn opgenomen in het ZonMw-programma Zichtbare Schakel. Thuiswonenden met een zintuiglijke beperking Mensen met een zintuigelijke handicap, zoals blinden en doven krijgen per 1 januari 2015 de nodige behandelingen vergoed vanuit de Zvw door de zorgverzekeraar. Het gaat hier alleen om behandelingen waarvoor je niet hoeft te worden opgenomen. Men betaalt hiervoor wel een eigen risico, omdat het gaat om zorg vanuit de basisverzekering. Behandelingen waarvoor opname wel nodig is, worden vergoed vanuit de Wlz. De klant hiervoor terecht bij het CIZ en de zorgkantoren. Intramurale GGZ De eerste 3 jaar verblijf in een op behandeling gerichte, intramurale ggz-instelling voor volwassenen valt vanaf januari 2015 onder de Zvw. Na een aaneengesloten verblijf van 3 jaar gaat de zorg over naar de Wet langdurige zorg (Wlz). In de oude regeling ging deze zorg na één jaar over naar de AWBZ. Uitgangspunt voor deze regeling: als iemand langer dan 3 jaar intramuraal behandeld wordt, is de kans groot is dat hij of zij blijvend is aangewezen op intramurale zorg. Onder de grens van 3 jaar hebben mensen nog een mogelijkheid tot herstel en ambulante zorg en ondersteuning. Het hanteren van de 3 jaar grens is een overgangsmodel. Uiteindelijk zal op basis van (nog te ontwikkelen) inhoudelijke criteria bepaald worden of ggz-patiënten toegang tot de Wlz hebben. De Participatiewet Door de Participatiewet is er vanaf 2015 nog maar één regeling voor het grootste deel van de mensen met een arbeidsbeperking. Gemeenten kunnen op basis van individueel maatwerk verschillende instrumenten inzetten om de participatie van burgers te bevorderen. Bijvoorbeeld door loonkostensubsidie te verstrekken aan de werkgever als de productiviteit van de werknemer niet voldoende is om het wettelijk minimumloon te behalen. Beschutte werkplekken De gemeente De Wolden creëert beschutte werkplekken en bouwt de arbeidsplaatsen in de sociale werkvoorzieningen af. Deze beschutte werkplekken zijn bedoeld voor mensen met lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen die zoveel begeleiding en aanpassingen nodig hebben. Met ondersteuning van de gemeente kan de werkgever deze mensen de juiste begeleiding bieden zodat zij toch een dienstverband krijgen. Bij begeleiding en dagbesteding is het belangrijk om te bepalen of iemand in staat is het minimumloon te verdienen of in aanmerking komt voor beschut werk. 6.2.3 Afwegingskader B1) Begeleiding in groepsverband kan ingezet worden voor: het bieden van een dagprogramma met als doel al dan niet aangepaste vormen van arbeid (ook vrijwilligerswerk) of school te vervangen; het bieden van activiteiten met als doel een andersoortige vorm van dagstructurering dan arbeid of school. B2) Handelingen die deel uit kunnen maken van de activiteiten in groepsverband moeten: programmatisch/methodisch zijn, gericht op het structureren van de dag, op praktische ondersteuning en op het oefenen van vaardigheden die de zelfredzaamheid bevorderen; een structurele tijdsbesteding zijn met een welomschreven doel waarbij de klant actief wordt betrokken en die hem zingeving verleent. Hieronder wordt niet verstaan een reguliere dagstructurering zoals die in de woon-/verblijfsituatie wordt geboden of een welzijnsactiviteit zoals zang, bingo, uitstapjes en dergelijke. B3) Individuele begeleiding kan ingezet worden voor: het ondersteunen bij het aanbrengen van structuur, c.q. het voeren van regie; het ondersteunen bij praktische handelingen ten behoeve van zelfredzaamheid; het bieden van toezicht. B4) Handelingen die deel uit kunnen maken van het aanbrengen van structuur, c.q. het voeren van regie: hulp bij besluiten nemen en gevolgen daarvan wegen, corrigeren van besluiten of gedrag; regelen van randvoorwaarden op het gebied van wonen, onderwijs, werk, inkomen, iets kopen/betalen, zich aan regels/afspraken houden het stimuleren tot en voorbereiden van een gesprek met dit type instanties (dit betreft niet het meegaan naar/aanwezig zijn bij het gesprek); hulp bij plannen, stimuleren en voorbespreken van activiteiten; hulp bij het op/bijstellen van dag/weekplanning; dagelijkse routine (Hierbij moet worden gedacht aan het begeleiden bij het opstaan, wassen, aankleden, eten en op tijd klaar staan). Dus begeleiding bij de persoonlijke verzorging en het dagelijks leven wanneer er geen lichamelijke hulp aan te pas komt. B5) Handelingen die deel uit kunnen maken bij praktische handelingen ten behoeve van zelfredzaamheid. hulp bij plannen, stimuleren en uitvoeren van contact in persoonsgebonden sociale omgeving; hulp bij communicatie in de persoonsgebonden omgeving bij bijvoorbeeld afasie. hulp (alleen in de zin van oefenen) bij terugkerende taken zoals de administratie, gebruik openbaar vervoer, voorlezen of hulp bij taken die buiten de routine vallen; oefenen met vaardigheden zoals gebruik geleidestok en gebruik hulpmiddelen voor communicatie, stimuleren van wenselijk gedrag, inslijpen van gedrag; hulp bij of overnemen van oppakken, aanreiken, verplaatsen van dagelijks noodzakelijke dingen zoals het oppakken van dingen die buiten bereik zijn geraakt; oefenen van de mantelzorger/verlener van gebruikelijke hulp hoe om te gaan met de klant. B6) Handelingen die deel uit kunnen maken het bieden van toezicht: toezicht op- en het aansturen van gedrag. B7) Respijtzorg/kortdurend verblijf kan alleen worden in gezet als er sprake is van de combinatie van de noodzaak voor permanent toezicht op de cliënt en dreigende overbelasting van de mantelzorger en als andere voorliggende voorzieningen niet voldoen. B8) Van permanent toezicht is bijvoorbeeld sprake als er valgevaar is of als cliënt zelf niet in staat is hulp in te roepen als dat nodig is of omdat er ernstige gedragsproblemen zijn. Het kan ook gaan om constante zorg of zorg op ongeregelde tijdstippen; bijvoorbeeld voor iemand met een ernstige hartaandoening of dementie. 6.2.4 Middelen B50) Een indicatie is altijd maatwerk. De geïndiceerde ondersteuning/begeleiding sluit altijd aan bij de situatie van de cliënt, waarbij rekening is gehouden met eigen mogelijkheden, netwerk en voorliggende voorzieningen. Als er bij de herindicatie sprake is van een vermindering in aantal uren en cliënt heeft tijd nodig om noodzakelijke aanvullende ondersteuning in te regelen, wordt met cliënt een reële overgangstermijn afgesproken. B51) De richtlijn voor het aantal dagdelen begeleiding in groepsverband is maximaal negen dagdelen per week, dat is gelijk aan een 36-urige werkweek. Een dagdeel staat gelijk aan maximaal 4 aaneengesloten uren. B52) Het aantal dagdelen Begeleiding Groep dat wordt geïndiceerd is afhankelijk van: de noodzaak (hoeveel structuur, activering, etc. is nodig? Wat biedt het eigen netwerk of de voorliggende voorzieningen, hoe belast is de mantelzorg etc.); de mogelijkheden van de klant (hoeveel kan de klant fysiek en mentaal aan?); het doel dat begeleiding groep voor deze specifieke cliënt heeft (als een doel is: een zinvolle dagbesteding, ter vervanging van arbeid, dan worden bijvoorbeeld 8 of 9 dagdelen geïndiceerd vergelijkbaar met een werkweek); de mogelijkheden van de specifieke dagbestedingsgroep (bij het werken in groepen is groepsdynamiek essentieel). Hiermee dient rekening gehouden te worden om het maatwerk effectief te laten zijn. Ook de keuze van de aanbieder kan hierbij belangrijk zijn. B53) De richtlijn voor het aantal uren wat kan worden ingezet voor individuele begeleiding zit in een bandbreedte tussen de 10 minuten en 25 uur per week. B54) De omvang van respijtzorg/kortdurend verblijf is maximaal 1, 2 of 3 etmalen per week afhankelijk van wat noodzakelijk is in de specifieke situatie van de klant. Er is een maximum van 3 etmalen per week gesteld omdat het logeren betreft. Bij meer dan 3 etmalen in een instelling is er sprake van opname waarvoor een indicatie op grond van de Wlz moet worden gesteld. Het is denkbaar dat hierop in specifieke situaties een uitzondering kan worden gemaakt om bijvoorbeeld verblijf van een week, zodat mantelzorg op vakantie kan, mogelijk te maken. Dan moet wel vaststaan dat andere oplossingen, bijvoorbeeld respijtzorg vergoed door de ziektekostenverzekeraar, geen optie zijn. B55) In de instelling waar de cliënt kortdurend verblijft wordt de dagelijkse zorg overgenomen. Wanneer verpleging nodig is, verloopt dit via de zorgverzekeraar. Behandeling behoort nadrukkelijk niet bij kortdurend verblijf. B56) De indicatie voor respijtzorg wordt aangevuld met noodzakelijke uren begeleiding. B57) De klant/zijn netwerk is zelf verantwoordelijk voor vervoer van en naar de instelling voor kortdurend verblijf. Hij kan hiervoor gebruik maken van eigen vervoer of van hulp uit het eigen netwerk. Wanneer de klant beperkingen heeft op het gebied van vervoer zal hij doorgaans in het bezit zijn van een pasje voor collectiefvervoer of een taxikostenvergoeding krijgen waarmee hij zich naar de instelling kan vervoeren.

Rechtspraak bij dit artikel