6.3.1 Afwegingskader
W1) Woonvoorzieningen kunnen als verstrekking worden ingezet ter compensatie van problemen op het gebied van:
Het zelfstandig gebruik kunnen maken van de eigen woning
Het bezoekbaar maken van woningen als dit noodzakelijk is om sociale relaties te kunnen onderhouden
W2) Uitgangspunt is dat iedereen eerst zelf zorg dient te dragen voor een woning. Daarbij mag er vanuit worden gegaan dat rekening wordt gehouden met bekende beperkingen, ook wat betreft de toekomst.
Een eigen woning kan zowel een gekochte woning zijn als een huurwoning. Ook bij afwijkende situaties, zoals een (woon)boot of een woonwagen met vaste standplaats wordt in principe gesproken over een woning.
W3) Het college beoordeelt allereerst of het doel, wonen in een geschikt huis, ook te bereiken is via een verhuizing.
Hierbij zullen alle aspecten worden meegewogen: financiële consequenties van de verhuizing, de termijn waarop een woning beschikbaar komt (in verband met de medisch verantwoorde termijn), de argumenten pro en contra verhuizing ten aanzien van de betrokkene en argumenten op basis van eventueel aanwezig sociaal netwerk, inclusief aanwezige mantelzorg. Een zeer zorgvuldige afweging van alle argumenten zal aan het besluit ten grondslag worden gelegd.
W4) Als voor het bereiken van het doel noodzakelijk is dat er een aanbouw geplaatst wordt, besluit het college vanwege financieel-economische argumenten alleen tot een aanbouw als tevoren vast staat dat de aanbouw hergebruikt kan worden, zoals bij huurwoningen van wooncorporaties. Bij eigen woningen zal de kans op hergebruik minimaal zijn. Daarom kiest het college bij eigen woningen als het economisch voordeliger is voor het plaatsen van een herbruikbare losse woonunit.
W5) Als een inpandige aanpassing mogelijk is, bijvoorbeeld in de situatie van een ruime benedenverdieping, zal het college allereerst die situatie beoordelen, voordat uitbreiding van de woning aan de orde komt. De goedkoopst compenserende oplossing zal worden gekozen.
W6) Bij het bepalen van al dan niet bouwkundige woonvoorzieningen houdt het college rekening met de belangen van mantelzorgers en professionele verzorgers, zoals bij tilliften en andere hulpmiddelen die door zorggevenden bediend moeten worden.
W7) Bij het verstrekken van een verhuiskostenvergoeding houdt het college rekening met de mate waarin de verhuizing te verwachten of te voorspellen was. Bij een te verwachten of voorspelbare verhuizing wordt in principe geen verhuiskostenvergoeding toegekend.
W8) In principe worden alleen problemen van bouwkundige aard gecompenseerd. Bij psychische of psychosociale problematiek kan het echter gaan om (het gevoel van) veiligheid. Het doel van de compensatie is dan het herstellen van de veiligheid.
W9) Op basis van artikelen 271 en 274 in boek 7 van het Burgerlijk wetboek kan een huurder verplicht worden een huurwoning te verlaten als deze woning
reeds bij de bouw ervan was ingericht en bestemd voor bewoning door een gehandicapte, dan wel
na de bouw met geldelijke steun op grond van enige wettelijke regeling aangepast is ten behoeve van bewoning door een gehandicapte.
Deze situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als een woning is aangepast voor een kind met een beperking en dit kind woont niet meer thuis. Of als een echtgenoot overlijdt en de overblijvende echtgenote de aangepaste woning niet meer nodig heeft.
6.3.2 Middelen en voorwaarden
W10) Een niet-bouwkundige aanpassing aan de woning kan door het college in natura en als persoonsgebonden budget worden verstrekt aan de aanvrager/cliënt.
W11) Een maatwerkvoorziening in de vorm van een bouwkundige aanpassing aan een woning wordt ingevolge artikel 2.3.7 Wmo 2015 als verstrekking in natura of pgb toegekend aan de cliënt. Dit gebeurt uitsluitend ná aantoning van gemaakte kosten, conform de kosten zoals die zijn vastgesteld in een door het college goedgekeurde offerte. De beschikking wordt verstuurd aan de aanvrager/cliënt met een afschrift aan de eigenaar van de woning.
W12) Bij grotere bouwkundige aanpassingen (verbouwing/uitbouw) aan de woning werkt het college altijd eerst met een programma van eisen, waarmee minimaal twee offertes opgevraagd moeten worden door de aanvrager/cliënt of waarmee door middel van een bouwcalculatie door een bouwadviesbureau het bedrag wordt vastgesteld.
W13) Een verhuiskostenvergoeding wordt verstrekt in natura of als PGB.
W14) Een indicatie voor verhuis- en inrichtingskostenvergoeding vindt plaats voor de duur van 6 maanden, mits het college de reële verwachting heeft dat er in die periode daadwerkelijk een geschikte woning vrijkomt. De indicatie kan eenmalig worden verlengd met 6 maanden.
W15) Bij het vaststellen van de hoogte voor een PGB voor verhuis- en inrichtingskostenvergoeding wordt rekening gehouden met de bedragen voor woningsanering zoals die vastgesteld zijn in de tarieventabel in de Verordening. De hoogte van het PGB voor de verhuis- en inrichtingskostenvergoeding wordt vastgesteld en betaalbaar gesteld nadat het bekend is geworden naar welke geschikte woning de cliënt gaat verhuizen.
W16) Bij niet verhuizen binnen de in de beschikking gestelde termijn vindt een heronderzoek plaats. De in de beschikking bedoelde termijn is in principe 6 maanden. De indicatie kan ambtshalve worden verlengd met nogmaals 6 maanden als cliënt voldoende moeite heeft gedaan om te verhuizen en de noodzaak van verhuizen nog steeds aanwezig is.
W17) Als cliënt niet binnen de vastgestelde termijn is verhuisd, terwijl er aantoonbaar wel mogelijkheden zijn geweest, zal dit bij een vervolgaanvraag voor verhuiskostenvergoeding en/of woningaanpassing meegewogen worden.
W18) Een uitraaskamer is een verblijfsruimte waarin een cliënt, die vanwege een gedragsstoornis, ernstig ontremd gedrag vertoont, zich kan afzonderen of tot rust kan komen. Er moet een ruimte worden gecreëerd waar cliënt tot zichzelf kan komen of kan verblijven zonder dat hij zichzelf verwondt en waar toezicht mogelijk is.
Toekenningcriteria:
Cliënt vertoont vanwege een gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag en;
Het gaat om een verstandelijke en/of lichamelijke handicap met een psychische component in de handicap en:
Het ontremde gedrag is ernstig, dat wil zeggen het gedrag is te rangschikken binnen de reikwijdte van indicatie voor een opname in een inrichting en:
De uitraaskamer is uitsluitend bedoeld voor de gehandicapte en dus niet om de hinder voor andere (inwonende) personen weg te nemen en:
Het risico van fysiek letsel kan niet worden beheerst door oppas- en/of andere maatregelen.
W19) Voor het verwerven van extra grond ten behoeve van een aanbouw of uitbreiding van een bepaald vertrek indien dit op grond van ergonomische beperkingen noodzakelijk zou zijn, kan een pgb verstrekt worden. Het aantal m2 wat voor een pgb in aanmerking komt, is gemaximeerd. Zie voor de normering bijlage VI.
W20) Zoals beschreven in artikel 2.3.7 van de Wmo 2015 zijn het college dan wel de cliënt niet gehouden een woningaanpassing ongedaan te maken.
W21) Bij woningaanpassingen wordt rekening gehouden met afschrijvingstermijnen van bijv. keukens en badkamers. Deze termijnen sluiten aan bij de algemeen geldende normen voor afschrijving (bijlage VII). Voor kleine woningaanpassingen geldt een afschrijvingstermijn van 7 jaar.
W22) Als er sprake is van renovatie van een woning met een woningaanpassing, bijv. bij renovatie van een keuken door een verhuurder, en de betreffende persoon heeft die woningaanpassing nog steeds nodig, betaalt de gemeente alleen de meerkosten voor het realiseren van, in dit voorbeeld, de aangepaste keuken. Ook hierbij wordt aangesloten bij de algemeen geldende normen voor afschrijving (bijlage VII).
W23) Woningsanering betekent het vervangen van de in de woning aanwezige
vloerbedekking en gordijnen door glad, afneembaar materiaal.
Criteria hiervoor zijn:
De vloerbedekking en gordijnen in de slaapkamer zijn niet van glad, afneembaar materiaal en:
De vloerbedekking en de gordijnen in de slaapkamer zijn niet afgeschreven en:
De cliënt heeft een rapport van een Cara-verpleegkundige en:
De aanvraag is niet het gevolg van verhuizing en:
De cliënt bij aanschaf van het artikel redelijkerwijs niet kon weten dat hij overgevoelig op bepaalde stoffen reageert en:
De vloerbedekking is niet ouder dan 7 jaar.
Bij cliënten tot vier jaar worden ook vloerbedekking en gordijnen van de woonkamer vervangen.
Voor de maximale financiële tegemoetkomingen en afschrijvingstabel zie verordening ondersteuning gemeente De Wolden.
W24) Bij het afsluiten van onderhoudscontracten wordt standaard gekozen voor de
goedkoopste contractvorm. Het college kan hier in voorkomende gevallen van
afwijken.
W25) Een 6+ toiletpot is algemeen gebruikelijk. Daar waar een nog hogere zithoogte nodig is, zal in principe een toiletverhoger met of zonder armleggers worden verstrekt.
W26) Bij verkoop van de aangepaste woning kan het college verzoeken om terugbetaling
van (een gedeelte van) de kosten van aanpassingen.
Met name bij woningaanpassingen waarbij de waarde van de woning daadwerkelijk toeneemt, kan de terugbetalingsregeling van toepassing zijn. Dit wordt besproken met cliënt en vastgelegd in de beschikking. Zie ook hoofdstuk 5.3. Eventuele waardevermindering van de woning door woningaanpassingen kunnen niet verhaald worden op de gemeente.
W27) Tot de subsidiabele kosten van een woningaanpassing behoren in ieder geval:
a. De aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de woonvoorziening;
b. De risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw;
c. Het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in SR 1988 van de BNA. Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing moet worden ingeschakeld, worden deze kosten subsidiabel geacht. Het betreft dan veelal ingrijpender woningaanpassingen. Voor zover de verhuurder deze werkzaamheden zelf uitvoert, worden deze kosten eveneens vergoed;
d. De leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening;
e. De verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting;
f. De prijs van de bouwrijpe grond indien noodzakelijk als niet binnen de oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden (gemaximeerd aan hetgeen gesteld is in bijlage VI);
g. De door burgemeester en houders (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn;
h. De kosten van (her) aansluiting op de openbare nutsvoorzieningen;
i. De kosten die een verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening voor een gehandicapte, 8% van die kosten met een maximum van € 350,00;
j. Materialen en kosten niet begrepen in de aanneemsom voor zover wel noodzakelijk .
W28) In die situaties waarin bij grote woningaanpassingen aan een huurwoning degene voor wie de aanpassing is gerealiseerd komt te overlijden of verhuist én de achtergebleven partner of andere gezinsleden hebben geen indicatie voor een aangepast woning, geldt het volgende:
De achtergebleven partner dient zich in te schrijven als woningzoekende;
Op het moment dat er een door de gemeente aangewezen kandidaat is voor de aangepaste woning, werkt de achtergebleven partner mee aan verhuizing naar een andere woning.
Bij verhuizing komt de achtergebleven partner in aanmerking voor een verhuiskostenvergoeding.
W29) Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen ‘gewone’ gladde vloerbedekking en rolstoelvloerbedekking. Voor beide geldt dezelfde standaard vergoeding.
W30) De hoogte van een PGB voor woningaanpassingen wordt vastgesteld aan de hand van een door het college goedgekeurde offerte.
W31) Bij een PGB voor woningaanpassingen dient binnen de volgende termijnen de nota overgelegd te worden: Aanpassingen < €3000 3 maanden, > €3000 6 maanden, complexe woningaanpassingen 15 maanden.
W32) Met de woningcorporatie Actium zijn afwijkende afspraken gemaakt over afhandeling van woningaanpassingen. Aanpassingen onder de €3000 worden zonder overleggen van een offerte gerealiseerd.
W33) Voor woningaanpassingen voor kinderen betalen de onderhoudsplichtige ouders een bijdrage (artikel 2.1.5 onder 1 van de Wmo 2015).
W34) Bij het vaststellen van een PGB voor verhuis- en inrichtingskosten wordt uitgegaan van een verhuizing van en naar een gelijkvloerse woning met twee slaapkamers. De kosten van het verhuizen van een grotere inboedel of de inrichting van een grotere woning, inclusief trappen, zijn voor rekening van cliënt zelf. Een PGB kan verstrekt worden voor het verhuizen zelf, stoffering, vloerbedekking en eventueel in- en uitpakken. Bij het toekennen van het PGB wordt ook beoordeeld wat werkelijk nodig is en wat het mensen zelf kunnen organiseren in hun eigen netwerk. Bij het vaststellen van de hoogte van het PGB wordt rekening gehouden met wat bepaald is in de verordening maatschappelijke ondersteuning 2017.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.3
Woonvoorzieningen
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning 2017