Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.4

Rolstoel voorzieningen

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning 2017

6.4.1 Afwegingskader R1) Rolstoelen kunnen als verstrekking ingezet worden ter compensatie van problemen op het gebied van: Het zich kunnen verplaatsen in en om de woning. Hiermee worden bedoeld de verplaatsingen die in en direct vanuit de woning worden gedaan. Daarom gaat het hier om cliënten die zich dagelijks zittend verplaatsen en daarom zijn aangewezen op een rolstoel. Het kunnen ontmoeten van medemensen en op basis daarvan sociale verbanden aangaan. Rolstoelen voor het zogenaamde ‘incidentele’ gebruik worden alleen verstrekt als dit bijdraagt aan het ontmoeten van medemensen en het aangaan van sociale verbanden. Incidentele rolstoelen die bijvoorbeeld alleen bedoeld zijn om te wandelen komen dus niet voorstrekking in aanmerking. R2) Als er noodzaak bestaat voor een rolstoel voor dagelijks zittend gebruik, zal door het college een programma van eisen worden opgesteld. Indien nodig wordt onafhankelijk medisch advies opgevraagd. R3) Ten aanzien van mantelzorgers zal door het college rekening worden gehouden met hun belangen. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat als de mantelzorger niet in staat is de rolstoel in alle omstandigheden te duwen, er een ondersteunende motorvoorziening verschaft kan worden. R4) Een sportrolstoel wordt op grond van de Wmo alleen verstrekt als: Verstrekking ervan noodzakelijk is om medemensen te kunnen ontmoeten of sociale verbanden aan te kunnen gaan en Cliënt is aangewezen op een rolstoel en aantoonbaar lid is van een (gehandicapten)sportvereniging waar de sportrolstoel voor nodig is. Als er andere, voor de hand liggende, oplossingen zijn om medemensen te ontmoeten en het op basis daarvan sociale verbanden aangaan, wordt er geen sportrolstoel verstrekt. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een rolstoel wordt ook gekeken naar het sportbeleid van de gemeente De Wolden. Als bovenstaande Wmo beleid in tegenspraak is met het sportbeleid van de gemeente, zal gezocht worden naar mogelijkheden om de sportrolstoel toch te verstrekken. 6.4.2 Middelen R5) Een indicatie voor een rolstoelvoorziening wordt in principe voor onbepaalde tijd afgegeven. Tussentijdse wet- en beleidswijzigingen kunnen van invloed zijn op de lopende indicatie. Cliënten worden daarvan tijdig op de hoogte gesteld. R6) Een rolstoelvoorziening in natura wordt verstrekt volgens de contractuele afspraken met de leverancier. R7) Bij een verstrekking in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt de rolstoel die cliënt zou hebben gekregen als voorziening in natura als uitgangspunt genomen. R8) Voorzieningen, zoals een elektrische rolstoel, die buiten de eigen woon- en leefomgeving worden gebruikt voor bijvoorbeeld vakantie in binnen of buitenland, dienen door cliënt zelf voldoende verzekerd te worden voor diefstal, schade, noodzakelijk onderhoud en pech. R9) De hoogte van den PGB voor aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel wordt bepaald op basis van het laagste tarief voor een sportrolstoel in natura gebaseerd op minstens twee goedgekeurde offertes voor een goedkoopst adequate voorziening, rekening houdend met alternatieve financieringsmogelijkheden door of namens cliënt zoals fondswerving. De offertes worden door de cliënt opgevraagd aan de hand van een Plan van Eisen zoals dat is opgesteld door de Wmo-consulent. Van cliënt wordt verwacht dat actief wordt gezocht naar alternatieve vormen van (deel)financiering.

Rechtspraak bij dit artikel