De kwaliteit van VVE op de voorschool wordt door de Inspectie van Onderwijs beoordeeld aan de hand van de Werkinstructie VVE- locatie (maart 2014). In 2016 moet uit het oordeel van de Inspectie van Onderwijs blijken dat de indicatoren Wettelijke condities (A), Ontwikkeling, begeleiding, zorg (D) en Kwaliteitszorg binnen de voor- en de vroegschool (E) volledig voldoende (score 3) beoordeeld worden. Niettegenstaande hetgeen in artikel 10 van de verordening wordt gesteld, kan het aanleiding voor de gemeente zijn voor nader onderzoek, afwijzing, stopzetting of bijstelling van de subsidie als een indicator van deze domeinen door de Inspectie als wenselijk of noodzakelijk verbeterpunt (score 2 of 1) beoordeeld wordt.
De wettelijke condities worden getoetst door de GGD. Indien dit niet door de GGD getoetst is op het moment dat de Inspectie de locatie bezoekt, toetst de Inspectie dit onderdeel zelf. Toezicht en handhaving op de kwaliteit van de locaties zoals geconstateerd door de GGD, wordt uitgevoerd volgens de beleidsregels die de gemeente hiervoor heeft opgesteld op grond van de Wet Kinderopvang.
Voor beide onder artikel 9 genoemde subsidies geldt dat het college de aanvraagformulieren vaststelt. Het aanvraagformulier voor een subsidie ten behoeve van doelgroeppeuters is opgenomen bij deze uitvoeringsregels als bijlage 4. De subsidieregelingen voor nieuwe aanbieders genoemd onder lid 3 en 4 zijn komen te vervallen per 31 december 2016 zoals vastgelegd in de Verordening.
Artikel 10
Eisen aan aanbieders
Onderdeel van Uitvoeringsregels gemeentetoeslag voor peuteropvang en VVE Opsterland 2017