De subsidie van € 400,- per VVE-doelgroeppeuter per jaar wordt verrekend naar rato van het aantal maanden dat een doelgroeppeuter geplaatst is op de peuteropvang. Dat wil zeggen dat als een doelgroeppeuter 6 maanden VVE gevolgd heeft, er € 200,- toegekend kan worden enz. Doelgroepplaatsen dienen te worden gebruikt voor door de JGZ geïndiceerde doelgroeppeuters.
De subsidieregelingen voor nieuwe aanbieders genoemd onder lid 3 en 4 zijn komen te vervallen per 31 december 2016 zoals vastgelegd in de Verordening.
Ten aanzien van het VVE programma zegt het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie in art. 5: “Voor de voorschoolse educatie wordt een programma gebruikt waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.”
Een erkend programma geniet de voorkeur omdat hiervan bekend is dat het voldoet aan deze bepaling. De Inspectie van Onderwijs geeft echter aan: “..Sommige gemeenten/vve-locaties werken met een vve-programma dat niet door Sardes of het NJI beoordeeld is, maar waarvan de gemeente/ houder van psz/kdv aantoont dat het voldoet aan de eisen van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, art. 5. Als dat allemaal niet het geval is, kan pas een oordeel over het programma gegeven worden op basis van de beoordeling van C1.2, C1.3, C1.4, C2, C3 en D1.1: als daar 2-en gegeven worden die zijn terug te voeren op de inhoud van het programma, krijgt het programma ook een ‘2’. “
De gemeente maakt dezelfde uitzondering ten aanzien van een VVE programma. Als een door de aanbieder gekozen VVE programma niet erkend is, maar wel voldoet aan de voorwaarden zoals hierboven omgeschreven, kan de aanbieder er voor kiezen deze te gebruiken. De gemeente gaat dan niet actief onderzoeken of het programma aan de gestelde eisen voldoet, maar wacht het oordeel van de Inspectie van Onderwijs hierover af. Indien een erkend VVE-programma aangeschaft wordt, kan de subsidie vooraf uitgekeerd worden. In het geval van een niet erkend VVE programma wordt de subsidie voor de aanschaf van de methode en materialen pas uitbetaald wanneer de Inspectie een positief oordeel hierover heeft geveld.
Doelgroeppeuters mogen van extra uren VVE (het VVE- aanbod) gebruik maken. Het VVE - aanbod omvat minimaal 3 en maximaal 5,5 uur, met dien verstande dat de som van VVE-aanbod en reguliere peuteromvang tenminste 10 uur en maximaal 10,5 uur is. Het VVE- aanbod wordt de ouders niet in rekening gebracht. De aanbieder stuurt de maandelijkse factuur voor het VVE-aanbod rechtstreeks naar de gemeente, zowel voor ouders met gemeentetoeslag als voor ouders met kinderopvangtoeslag. De aanbieder stelt een overeenkomst op voor het VVE-aanbod per doelgroeppeuter tussen aanbieder en gemeente waarbij een kopie van de overeenkomst tussen aanbieder en ouder voor de reguliere peuteropvang als bijlage toegevoegd wordt. De aanbieder spant zich er voor in dat het derde dagdeel ook daadwerkelijk benut wordt door de doelgroeppeuter. Bij langdurig of structureel niet-gebruik van het VVE-aanbod door de doelgroeppeuter, licht de aanbieder de gemeente in en vervalt de overeenkomst voor het VVE- aanbod van de doelgroeppeuter.
Artikel 9
Vergoedingen en subsidie VVE voor aanbieders
Onderdeel van Uitvoeringsregels gemeentetoeslag voor peuteropvang en VVE Opsterland 2017