Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Tarieven pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2018

1.. Het tarief voor een pgb: is gebaseerd op een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud, verzekering en keuring, en bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura. 2.. Het tarief wordt vastgesteld op: maximaal 100% van het pgb-tarief voor schoonmaakondersteuning, praktische thuisondersteuning, begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf zoals genoemd in het lid 2 onder c van dit artikel, indien de pgb-houder een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst met de voor de sector toepasselijke cao; maximaal 80% (als gevolg van aannemelijke minderkosten) van het pgb-tarief voor schoonmaakondersteuning, praktische thuisondersteuning, begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf zoals genoemd in lid 2 onder c van dit artikel, indien de pgb-houder een zzp’er inschakelt of een zorgorganisatie die een lagere cao hanteert dan voor de sector toepasselijk. maximaal 80% van het pgb-tarief voor beschermd wonen zoals genoemd in het lid 2 onder c van dit artikel een aangepast bedrag tot maximaal het in lid 2 onder c van dit artikel genoemde tarief, inden de pgb-houder kan aantonen dat in zijn situatie het pgb-tarief van 80% niet toereikend is om passende ondersteuning in te kopen. 3.. Bij inschakeling van iemand uit het sociaal netwerk door een pgb-houder gelden de volgende tarieven: € 12,80 per uur voor schoonmaakondersteuning en praktische thuisondersteuning; € 20,00 per uur voor begeleiding; € 20,00 per dagdeel voor dagbesteding voor een groep van minimaal drie personen; € 30,00 per etmaal voor logeeropvang. 4.. Het pgb-tarief voor een hulpmiddel: op basis van de kostprijs van het hulpmiddel dat de cliënt zou hebben ontvangen als het hulpmiddel in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- , verzekerings- en keuringskosten. 5.. Het pgb-tarief voor vervoer van en naar de dagbesteding: op basis van het door de gemeente gecontracteerde tarief. 6.. Een pgb ten behoeve van het gebruik van een eigen auto bedraagt maximaal € 550,00 per jaar. 7.. Het pgb-tarief voor een autoaanpassing wordt bepaald op basis van de laagst marktconforme kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen, inclusief onderhoud, verzekering en keuring van de aanpassing. Hiervoor dient de aanvrager een offerte in bij de gemeente. 8.. Het pgb-tarief voor verhuiskosten wordt vastgesteld na overleg van een offerte en bedraagt maximaal € 1.500,00. 9.. Het pgb-tarief voor de kosten van stoffering bij de inrichting van een woning, als gevolg van verhuizing naar een aangepaste woning, wordt vastgesteld na overleg van offertes en bedraagt maximaal € 1.500,00 gebaseerd op de NIBUD-richtlijnen. 10.. Het pgb-tarief voor aanschaf, onderhoud en reparatie van een rolstoel c.q. sportrolstoel: op basis van de laagste prijs en het laagste tarief die hiervoor zouden worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier. Het maximum pgb-tarief voor een sportrolstoel is € 3.000,00 voor een periode van 3 jaar. 11.. Het tarief voor het bezoekbaar maken van een woning wordt bepaald op basis van de laagste marktconforme kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen tot een maximum van € 3.000,00. Hiervoor dient de aanvrager minimaal twee offertes in bij de gemeente. 12.. Ingeval het gebruik van de voorziening welke met een pgb is aangeschaft, is beëindigd en de gebruiksduur van de voorziening niet geheel is verstreken, is de cliënt verplicht de voorziening te retourneren dan wel de restwaarde, onder verrekening van eventueel ingebrachte eigen middelen, aan de gemeente te vergoeden.

Rechtspraak bij dit artikel