**1..** Een pgb wordt geweigerd indien:
**a..** niet wordt voldaan aan de pgb verbonden voorwaarden zoals omschreven in artikel 4 en 5 van deze verordening;
**b..** het pgb langer dan 6 weken per jaar of gedurende een aaneengesloten periode langer dan vier weken wordt besteed in het buitenland, tenzij hiervoor nadrukkelijk vóóraf toestemming is gegeven door het college;
**c..** in de afgelopen drie jaar misbruik is gemaakt van enige voorziening in het sociaal domein, waaronder begrepen het niet voldoen aan de voorwaarden van een eerder verleende pgb;
**d..** de budgethouder deelneemt aan een schuldhulpverleningstraject in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp);
**e..** de budgethouder (volgens de rechtbank) handelingsonbekwaam is verklaard;
**f..** de budgethouder niet over een vaste woon- of verblijfplaats beschikt;
**g..** de budgethouder niet over een bankrekening beschikt;
**h..** op grond van de progressiviteit van een ziektebeeld te voorzien is dat de individuele voorziening door een andere voorziening vervangen dient te worden.
**2..** Het pgb mag niet besteed worden aan:
**a..** een voorziening die voor de cliënt algemeen gebruikelijk is;
**b..** administratiekosten en feestdagenuitkering;
**c..** vrije besteding;
**d..** reiskosten;
**e..** administratieve bemiddelingsbureaus, tussenpersonen of belangenbehartigers.
Artikel 7.
Weigeringsgronden pgb
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2018