Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Weigeringsgronden pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2018

1.. Een pgb wordt geweigerd indien: a.. niet wordt voldaan aan de pgb verbonden voorwaarden zoals omschreven in artikel 4 en 5 van deze verordening; b.. het pgb langer dan 6 weken per jaar of gedurende een aaneengesloten periode langer dan vier weken wordt besteed in het buitenland, tenzij hiervoor nadrukkelijk vóóraf toestemming is gegeven door het college; c.. in de afgelopen drie jaar misbruik is gemaakt van enige voorziening in het sociaal domein, waaronder begrepen het niet voldoen aan de voorwaarden van een eerder verleende pgb; d.. de budgethouder deelneemt aan een schuldhulpverleningstraject in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp); e.. de budgethouder (volgens de rechtbank) handelingsonbekwaam is verklaard; f.. de budgethouder niet over een vaste woon- of verblijfplaats beschikt; g.. de budgethouder niet over een bankrekening beschikt; h.. op grond van de progressiviteit van een ziektebeeld te voorzien is dat de individuele voorziening door een andere voorziening vervangen dient te worden. 2.. Het pgb mag niet besteed worden aan: a.. een voorziening die voor de cliënt algemeen gebruikelijk is; b.. administratiekosten en feestdagenuitkering; c.. vrije besteding; d.. reiskosten; e.. administratieve bemiddelingsbureaus, tussenpersonen of belangenbehartigers.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel