Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan de eigenaar van een monument een subsidie verlenen in de subsidiabele kosten. 2.. Onder de subsidiabele kosten wordt verstaan: Het deel van de begroting of offerte van het onderzoek als ook onderdelen die de monumentale waarde van het pand of object in de openbare ruimte mede bepalen, de kosten van onderzoeker, architect en constructeur, alsmede de kosten van toezicht en de kostenbewaking, voor zover deze betrekking hebben op de hierboven bedoelde werkzaamheden die als subsidiabel worden aangemerkt; de kosten die voortvloeien uit het herstel van onvoorziene bouwkundige gebreken die tijdens het onderzoek en/of de restauratiewerkzaamheden worden geconstateerd, mits bijtijds gemeld en geaccordeerd, tot een maximum van 10% van de kosten zoals vermeld onder a; het deel van de legeskosten dat betrekking heeft op de onder a en b bedoelde subsidiabele kosten; de BTW over de onder a, b en c bedoelde subsidiabele kosten, voor zover deze niet bij de rijksbelastingen kan worden teruggevorderd. 3.. Onder de subsidiabele kosten van noodherstel wordt verstaan: de kosten van het op sobere en doelmatige wijze waterdicht maken van daken, goten en raampartijen met het doel lekkage te voorkomen in de periode die vooraf gaat aan de restauratie van een pand; de kosten van stutten en inpakken, noodzakelijk om de standzekerheid van een pand te waarborgen in de periode die vooraf gaat aan de restauratie van een pand. 4.. Onder subsidiabele kosten voor herbestemmingsonderzoek als bedoeld in art.5 wordt verstaan: de kosten voor een cultuurhistorisch onderzoek in het kader van herbestemmingsopgaven met bijbehorende rapportage waarin een waardering van de bijzondere waarden van het gebouw/complex/gebied is weergegeven; de kosten voor het opstellen van studiemodellen voor het hergebruik voor minimaal twee verschillende herbestemmingen (functioneel), uitgevoerd op het niveau van voorlopig ontwerp. kosten voor schriftelijke analyse(-s) van de gevolgen voor de beschreven cultuurhistorische waarden van het gebouw/complex/gebied in relatie tot de ontwikkelde studiemodellen. 5.. Het college kan nadere regels stellen voor het doen van cultuurhistorisch onderzoek in het kader van herbestemmingsonderzoek als bedoeld in art.5.

Rechtspraak bij dit artikel