Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.2.

Regels rond verstrekking en verantwoording.

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Drenthe 2015-2

1.. Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. 2.. Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien: a.. op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget; deze problemen worden in elk geval aanwezig geacht als: eerder misbruik is gemaakt van een Pgb, het een verslaafde betreft zonder formele zaakwaarnemer, het een wilsonbekwame betreft zonder formele zaakwaarnemer; b.. een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget in de verordening is uitgesloten dan wel uitsluitend in de vorm van een algemene voorziening of voorziening in natura wordt aangeboden; c.. de tijdsduur dat een woonvoorziening, vervoersvoorziening of rolstoelvoorziening gebruikt kan worden dusdanig kort is dat er overwegende bezwaren zijn om een persoonsgebonden budget te verstrekken. Deze tijdsduur wordt in ieder geval aanwezig geacht als een voorziening korter dan 12 maanden nodig is. Bij kinderen zal een afweging moeten plaatsvinden tussen de mogelijke aanpassingen aan de voorziening in verband met de groei van het kind en de doeltreffenheid van het benodigde budget. Deze tijdsduur wordt, bij kinderen, in ieder geval aanwezig geacht als een voorziening binnen 48 maanden moet worden aangepast of nodig is; d.. de tijdsduur dat een voorziening in de vorm van hulp bij het huishouden gebruikt kan worden dusdanig kort is dat er overwegende bezwaren zijn om een persoonsgebonden budget te verstrekken. Deze tijdsduur wordt in ieder geval aanwezig geacht als een voorziening korter dan 3 maanden nodig is; e.. de kosten voor een voorziening minder dan € 60,00 per jaar bedragen. 3.. a.. Woonvoorzieningen die uitsluitend in natura kunnen worden verstrekt zijn: mobiele tilliften, trapliften, losse douchestoelen, douchebrancards, douchewagens, badplanken en toiletstoelen of daarmee gelijk te stellen voorzieningen; b.. Een vervoersvoorziening die uitsluitend in natura kan worden verstrek is: de collectieve vervoersvoorziening. 4.. a.. Het persoonsgebonden budget mag alleen worden aangewend voor de voorziening waarvoor het bestemd is en is derhalve niet vrij besteedbaar. Het budget dient te worden besteed aan directe zorgkosten en eventueel aan een onkostenvergoeding. Van het budget mag maximaal 1,5% vrij worden besteed, met een maximum van € 1.250,00 per jaar; b.. Het persoonsgebonden budget dat niet aan de voorziening wordt besteed moet worden terugbetaald aan de gemeente. 5.. Het persoonsgebonden budget wordt, afhankelijk van de omvang, per maand, per kwartaal, per half jaar of per jaar betaalbaar gesteld. 6.. Een voorziening aangeschaft met een persoonsgebonden budget kan, zodra deze voorziening niet meer gebruikt wordt, onder verrekening naar rato van eventueel ingebrachte eigen middelen, door het college worden ingenomen en voor herverstrekking beschikbaar worden gesteld. 7.. Het deel van een persoonsgebonden budget wordt, voorzover de gemaakte kosten lager zijn dan het vastgestelde budget, voor het niet gebruikte deel teruggevorderd. Niet teruggevorderd wordt dat deel van het budget dat is bestemd voor onderhoud, reparatie en eventueel verzekering. 8.. a.. Bij de bestedingen uit het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden dient de Pgb-houder in ieder geval de volgende gegevens te verantwoorden: ·. Het bedrag dat per uur is betaald; ·. Het aantal betaalde werkuren; ·. Naam, adres, sofi-nummer van de hulpverlener; ·. Of de rekeningen van de instellingen waarbij de zorg is ingekocht; ·. Een zorgovereenkomst; b.. Bij de besteding uit het persoonsgebonden budget voor een hulpmiddel of een voorziening dient de Pgb-houder in ieder geval de volgende gegevens te verantwoorden: ·. De originele factuur van het aangeschafte hulpmiddel of voorziening; ·. Een kopie van het betalingsbewijs waaruit blijkt dat de factuur is betaald door of namens de Pgb-houder; ·. Een kopie van een onderhouds- en servicecontract en/of verzekering, indien van toepassing, dan wel de betalingsbewijzen waaruit blijkt dat kosten zijn gemaakt; c.. Verantwoording vindt plaats met daarvoor beschikbaar gestelde formulieren en dient minimaal te worden ondersteund met de verantwoordingsbewijzen uit het eerste en tweede lid. 9.. Het pgb wordt beheerd door de sociale verzekeringsbank (SVB). De budgethouder dient zich te houden aan de regels die de SVB stelt.

Rechtspraak bij dit artikel