Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Het college kan voor het verbranden van snoeihout in de maanden november en december, voor locaties buiten de bebouwde kom een ontheffing op grond van artikel 10.63 Wet Milieubeheer en een ontheffing op grond van artikel 5.34 APV gemeente Raalte verlenen.

Onderdeel van Beleidsregels verbranden snoeihout in de openlucht en buiten inrichtingengemeente Raalte

Toelichting Artikel 10.2 Wet milieubeheer •Het is verboden zich van afvalstoffen te ontdoen door deze - al dan niet in verpakking - buiten een inrichting te storten, anderszins op of in de bodem te brengen of te verbranden. •Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, voor daarbij aangegeven categorieën van gevallen vrijstelling worden verleend van het verbod, bedoeld in het eerste lid. Artikel 10.63 eerste lid Wet milieubeheer Burgemeester en wethouders kunnen, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het in artikel 10.2 eerste lid, gestelde verbod om zich van afvalstoffen te ontdoen door deze buiten een inrichting te verbranden, voor zover het geen gevaarlijke afvalstoffen betreft. Gelet op deze wettelijke regeling zal er dus altijd sprake moeten zijn van een ontheffing door het college in het geval van het verbranden van snoeihout in de maanden november en december. Daarnaast is van belang het verbod op het verbranden van afvalstoffen geregeld in de APV Raalte. Artikel 5.34 APV: Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken. 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Het verbod geldt niet voor zover het betreft: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert. d. mobiele kampvuren met een afmeting van 90 bij 90 centimeter als er geen afvalstoffen worden verbrand en waarbij wordt voldaan aan nadere door het college te stellen voorwaarden. 3. Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing verlenen. 4. De ontheffing kan worden geweigerd: a. in het belang van de openbare orde en veiligheid; b. ter bescherming van de woon- en leefomgeving; c. ter bescherming van de flora en fauna. Het college kan van beide verboden ontheffing verlenen. Beide ontheffingen (hierna: de ontheffing) kunnen aangevraagd worden met 1 aanvraagformulier en worden verleend door het afgeven van 1 beschikking. Hierin moet wel duidelijk zijn dat het gaat om 2 verschillende ontheffingen. Indien de ontheffing op grond van artikel 10.63 Wet Milieubeheer wordt geweigerd is er geen ruimte voor een ontheffing op grond van artikel 5.34 van de APV. Dit volgt uit het systeem van de wet. Een hogere regeling (een wet) gaat boven de lokale verordening. De onderhavige beleidsregels zijn complementair aan de Beleidsregels paasvuren gemeente Raalte. Deze beleidsregels hebben alleen betrekking op de kleinschalige verwerking van snoeihout, anders dan in de vorm van een paasvuur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel