Indien de raad op grond van het gestelde in art. 25 lid 3 en 4, 55 lid 2 en 3 of 86 lid 2 en 3 Gemeentewet, voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met dat orgaan overleg gevoerd.