**1..** De bevoegdheid om een oordeel te vormen op de klacht in de tweede fase in eerste aanleg ligt – behoudens de in het tweede tot en met het negende lid van dit artikel genoemde gevallen – bij burgemeester en wethouders.
**2..** Ten aanzien van klachten tegen de raad en leden van de raad ligt de beslissingsbevoegdheid bij de raad.
**3..** Ten aanzien van klachten tegen leden van burgemeester en wethouders ligt de beslissingsbevoegdheid bij de burgemeester als voorzitter van burgemeester en wethouders.
**4..** Ten aanzien van klachten tegen de burgemeester ligt de beslissingsbevoegdheid bij de loco-burgemeester.
**5..** Ten aanzien van klachten tegen de heffingsambtenaar of de invorderingsambtenaar ligt de beslissingsbevoegdheid bij de heffingsambtenaar respectievelijk de invorderingsambtenaar, tenzij de gedraging naar aard en inhoud aan burgemeester en wethouders toegerekend moet worden.
**6..** Ten aanzien van klachten tegen de griffier ligt de beslissingsbevoegdheid bij de raad.
**7..** Ten aanzien van klachten tegen de griffiemedewerker ligt de beslissingsbevoegdheid bij de werkgeverscommissie raadsgriffie.
**8..** Ten aanzien van klachten tegen de Rekenkamer Leudal ligt de beslissingsbevoegdheid bij de raad.
**9..** Ten aanzien van klachten tegen de secretaris van de Rekenkamer Leudal ligt de beslissingsbevoegdheid bij de Rekenkamer Leudal.
HOOFDSTUK 3
Artikel 17
Beslissingsbevoegdheid klachten in de tweede fase in eerste aanleg
Onderdeel van Verordening Klachtbehandeling gemeente Leudal