Naar hoofdinhoud
1.. Bij het opleggen van een boete wordt rekening gehouden met de draagkracht. Als referentie-inkomen voor de voor beslag vatbare vrije ruimte van 10% wordt uitgegaan van de toepasselijke bijstandsnormen bedoeld in art. 475c t/m e RV (Wetboek voor burgerlijke rechtsvordering) en van de kostendelersnorm ex. Artikel 22a Participatiewet. 2.. Bij bepaling van de draagkracht voor betaling van de boete gelden maximale termijnen, die mede worden bepaald door de mate van verwijtbaarheid: Opzet: 24 maanden Grove schuld: 18 maanden Schuld normale verwijtbaarheid 12 maanden Verminderde verwijtbaarheid 6 maanden 3.. Als het college het besluit tot het opleggen van een boete niet neemt binnen een redelijke termijn na de dagtekening van het rapport waarin de schending van de inlichtingenplicht is vastgesteld zonder dat dit aan de overtreder kan worden verweten, dan wordt het boetepercentage aldus verlaagd: met 5% als sinds dagtekening van het rapport tenminste 13 maar minder dan 26 weken zijn verstreken; met 10% als sinds dagtekening van het rapport tenminste 26 maar minder dan 52 weken zijn verstreken; met 50% als sinds dagtekening van het rapport tenminste 52 weken zijn verstreken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel