Naar hoofdinhoud
1.. Als belanghebbende tijdens de aanvraagprocedure gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van het recht op uitkering pas inlevert nadat een hersteltermijn is geboden, dan wordt een schriftelijke waarschuwing gegeven en wordt geen boete opgelegd. 2.. Er wordt volstaan met een schriftelijke waarschuwing in plaats van een bestuurlijke boete als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er is sprake van gemiddelde of verminderde verwijtbaarheid; en aan belanghebbende is in de voorgaande 24 maanden niet eerder een waarschuwing gegeven in verband met schending van de inlichtingenplicht; en er is geen sprake van een benadelingsbedrag of een benadelingsbedrag van minder dan € 150 of belanghebbende heeft binnen 60 dagen na de overtreding alsnog uit eigen beweging juiste en volledige informatie verstrekt vóórdat het college de overtreding heeft geconstateerd. 3.. Indien niet kan worden volstaan met een waarschuwing omdat niet is voldaan aan de voorwaarden als bedoeld in het tweede lid onder a of b, dan bedraagt de boete: a. € 150 als sprake is van opzet b. vijf procent van de voor de belanghebbende geldende bijstandsnorm als geen sprake is van opzet. 4.. Als de schending van de inlichtingenplicht betrekking heeft op het verzwijgen van inkomsten die achteraf alsnog met de uitkering worden verrekend o.g.v. art 58 lid 4, wordt als uitgangspunt de hoogte van de verzwegen inkomsten genomen. De hoogte van de boete wordt vervolgens bepaald met inachtneming van artikel 4.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel