**1..** Het college ziet af van het opleggen van een boete bij dringende redenen. Hiervan kan sprake zijn als er in de individuele situatie van de belanghebbende op het moment waarop over de oplegging van de boete moet worden besloten, sprake is van zeer uitzonderlijke, bijzondere omstandigheden waardoor het opleggen van een boete onaanvaardbare consequenties zou hebben.
**2..** Het college maakt gebruik van de bevoegdheid om kwijtschelding te verlenen van een opgelegde boete in verband met toegang tot een minnelijke schuldregeling onder voorwaarden zoals gesteld in artikel 18a, lid 13 en 14van de Participatiewet.
HOOFDSTUK 1
Artikel 7