1.. Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:

  • - welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is;
  • - wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is;
  • - hoe de voorziening wordt verstrekt.

2.. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking [tevens] in ieder geval vastgelegd:

  • - voor welk resultaat het pgb kan worden aangewend;
  • - welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;
  • - wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen;
  • - wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en
  • - de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb