Om in aanmerking te komen voor de minimaregelingen genoemd in artikel 22 tot en met 25 wordt, in afwijking van artikel 1, onder e, onder minimuminkomen verstaan:

  • - voor alleenstaanden en gehuwden zonder kinderen tot de pensioengerechtigde leeftijd: 110% van de geldende (relevante) bijstandsnorm;
  • - voor de ouder(s) van één of meer ten laste komende kind(eren) tot 18 jaar: 130% van de geldende (relevante) bijstandsnorm;
  • - voor de belanghebbende vanaf de pensioengerechtigde leeftijd: 130% van de geldende relevante bijstandsnorm.