Naar hoofdinhoud
De afstand van de woning tot het werkadres/arbeidsplaats volgens de kortste route van de routeplanner van de ANWB (www.anwb.nl). Wanneer redelijkerwijs aannemelijk kan worden gemaakt dat de kortste route niet kan worden afgelegd (b.v. door een toltunnel of omdat de routeplanner uitgaat van het gebruik van een veerpont), is de kortst mogelijke route leidend. 4.1 Woonadres Het feitelijk woonadres van de medewerker. 4.2 Werkadres/arbeidsplaats Het adres of de plaats waar de medewerker gewoonlijk zijn werkzaamheden op aanwijzen van de werkgever verricht. 4.3 Vergoeding kosten woon-werkverkeer 4.3.1 De medewerker kan op zijn verzoek de eerder genoemde uit te ruilen arbeidsvoorwaarden (bronnen) inzetten voor een vergoeding in de kosten van woon-werkverkeer. Hierdoor heeft de medewerker een fiscaal voordeel. 4.3.2 De medewerker dient jaarlijks schriftelijk te verklaren dat hij voor de vergoeding woon-werkverkeer afstand doet van (een deel van) van de uit te ruilen arbeidsvoorwaarden. Daartoe dient hij de daarvoor bestemde overeenkomst KAP-plan ( te downloaden via intranet) volledig in te vullen en te ondertekenen. 4.3.3 Voor de bepaling van het aantal kilometers van het woon-werkverkeer wordt de “kortste route” van het woonadres naar het werkadres/arbeidsplaats berekend via de routeplanner van de ANWB, met een maximum aantal kilometers vastgesteld door de belastingdienst voor een enkele reis (2010 75 km enkele reis). Hierbij wordt uitgegaan van een maximaal aantal werkbare dagen per jaar van 214 dagen voor een vijfdaagse werkweek, jaarlijks vastgesteld door de belastingdienst. Of de route al dan niet met een vervoermiddel wordt afgelegd evenals het type vervoermiddel, is niet relevant voor de bepaling van het aantal kilometers. Een print van de berekening van de routeplanner van de ANWB wordt bij de aanvraag bijgevoegd. 4.3.4. Om deel te kunnen nemen dient de medewerker doorgaans naar dezelfde arbeidsplaats te reizen. Er is sprake van een vast werkadres/arbeidsplaats wanneer de medewerker de arbeidsplaats op jaarbasis tenminste 36 weken (70% van 52 weken) bezoekt. Voor de berekening van de onbelaste vergoeding dient te worden uitgegaan van 214 werkdagen in een jaar. Hierbij is al rekening gehouden met kortstondige afwezigheid wegens vakantie, ziekte en verlof. Er geldt een maximum bij een enkele reisafstand van 75 km. 4.3.5 Voor medewerkers die minder werken dan vijf dagen per week, wordt voor de berekening van aantal kilometers uitgegaan van het feitelijk aantal dagen dat per week wordt gereisd naar de standplaats. Deze regeling wordt naar evenredigheid toegepast voor werknemers in deeltijd, voor werknemers van wie de dienstbetrekking begint of eindigt in de loop van het jaar, voor werknemers van wie het werkpatroon wijzigt en werknemers voor wie de reisafstand wijzigt in de loop van het kalenderjaar. 4.3.6. Voor de berekening wordt geen rekening gehouden met kortstondige ziekte of afwezigheid. Van kortstondige ziekte of afwezigheid is sprake als een afwezigheid van maximaal zes aansluitende weken. 4.3.7 De vergoeding per kilometer is gelijk aan de maximaal onbelaste kilometervergoeding als vastgesteld door de belastingdienst. 4.3.8 Jaarlijks, uiterlijk voor 15 november, dient een verzoek vergoeding woon-werkverkeer over het lopende kalenderjaar te zijn ingediend. Verzoeken over voorgaande jaren kunnen niet in behandeling worden genomen. 4.4 Berekeningtijdvak Het aantal woonwerk kilometers wordt berekend over de periode van 1 januari t/m 31 december van enig kalenderjaar. Voor de berekening van het aantal kilometers woon-werkverkeer is de feitelijke situatie leidend. Wanneer iemand tussentijds uit dienst treedt vindt een eerdere uitbetaling plaats. De feitelijke situatie kan beïnvloed worden door thuiswerken, betaald ouderschapsverlof, langdurige ziekte en andere structurele verlofvormen etc. Bij de jaarlijkse aanvraag dient hiermede rekening te worden gehouden. 4.5 Betaling 4.5.1 De vergoeding woon-werkverkeer wordt uitbetaald op het tijdstip dat de uit te ruilen arbeidsvoorwaarde gewoonlijk wordt uitbetaald. Bij ruil met de eindejaarsuitkering is dit de maand december, bij ruil met de vakantietoelage is dit de maand mei en in de situatie bij ruil met de bezoldiging is dit maandelijks. Op de daarvoor bestemde overeenkomst toepassing KAP-plan gemeente Drimmelen, zie artikel 4.3.2., dient dit te worden aangegeven. 4.5.2 In afwijking van het onder 4.5.1 vindt, de vermindering bij tussentijdse uitdiensttreding plaats ten tijde van de laatste salarisuitbetaling van de betreffende medewerker. 4.5.3 De medewerker sluit bij deelname aan de regeling de overeenkomst toepassing KAP-plan gemeente Drimmelen af.

Rechtspraak bij dit artikel