De overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar, bedoeld in artikel 24d, tweede lid, van wet bevat in ieder geval:
een beschrijving van de voorziening;
een opgave van de rechten en verplichtingen van de vrijwillige inburgeraar;
de datum waarop aan het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II moet zijn deelgenomen;
de boetes die kunnen worden opgelegd wanneer de verplichtingen verwijtbaar niet worden nagekomen.