Indien de vrijwillige inburgeraar de verplichtingen die zijn neergelegd in de overeenkomst niet of in onvoldoende nakomt, zal het college hem de volgende boetes opleggen:
Een boete van ten hoogste 10% van de bijstandsnorm per maand die voor de vrijwillige inburgeraar geldt of zou gelden als hij belanghebbende in de zin van de Wet werk en bijstand zou zijn, indien de vrijwilliger inburgeraar geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 16 van deze verordening. Het bedrag van de bestuurlijke boete kan niet hoger zijn dan het maximale bedrag zoals genoemd in artikel 34 onder b van de wet;
De boete bedraagt ten hoogste € 500,-- indien de vrijwillige inburgeraar niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald;
Als elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, wordt geen boete opgelegd.
Hoofdstuk
Artikel 18
Boete bij niet-nakoming van de overeenkomst
Onderdeel van Inburgeringsverordening