Het college behandelt het verzoek van de inburgeringsplichtige om in aanmerking te komen voor een voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget op de volgende wijze:
Het verzoek om een persoonlijk inburgeringsbudget wordt mondeling dan wel schriftelijk ingediend;
Het college bepaalt op welke gronden het persoonlijk inburgeringsbudget wordt toegewezen;
De inburgeraar wordt bij de (verlengde) intake begeleid bij het opstellen van het eigen trajectplan en bij de keuze van de inburgeringsaanbieder.
Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het volgen van een (duaal) inburgeringsprogramma goed, indien dit programma:
naar het oordeel van het college passend is om hem voor te bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II;
wordt verzorgd door een inburgeringsaanbieder die beschikt over aantoonbare ervaring en deskundigheid op het gebied van het verzorgen van inburgeringsprogramma’s of taalkennisvoorzieningen.
Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het volgen van een taalkennisvoorziening goed, indien deze taalkennisvoorziening:
naar het oordeel van het college passend is om hem de kennis van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2;
wordt verzorgd door een inburgeringsaanbieder die beschikt over aantoonbare ervaring en deskundigheid op het gebied van het verzorgen van een taalkennisvoorziening.
Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget heeft vastgesteld, sluiten het college, de inburgeringsplichtige en de inburgeringsaanbieder een contract.
Hoofdstuk
Artikel 6.
De voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget
Onderdeel van Inburgeringsverordening