Het college legt de inburgeringsplichtige de eigen bijdrage op, als bedoeld in artikel 23, lid twee van de wet. De bijdrage kan op verzoek van de inburgeringsplichtige in maximaal 4 maandelijkse termijnen worden betaald.
Van het invorderen van de eigen bijdrage ziet het college af als de inburgeringsplichtige aantoonbare inspanningen heeft verricht om het inburgeringsexamen te halen.