Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2

Hoogte financiële tegemoetkoming in de kosten van woonvoorzieningen

Onderdeel van Besluit financiële tegemoetkoming voorzieningen gehandicapten

De hoogte van de door burgemeester en wethouders te verlenen financiële tegemoetkoming bedraagt: voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel 2.1 onder a van de verordening (verhuizing en inrichting), een forfaitaire vergoeding van € 2.722,68. voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel 2.1 onder b van de verordening (woningaanpassing), 100 procent (100%) van de voor vergoeding in aanmerking komende kosten. voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel 2.1 onder c van de verordening (woonvoorziening niet-bouwkundige en woontechnische aard), 100 procent (100 %) van de voor vergoeding in aanmerking komende kosten. voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel 2.8, lid 2 van de verordening(bezoekbaar maken van een woonruimte) een maximumbedrag van € 2.722,68 De hoogte van de door burgemeester en wethouders te verlenen financiële tegemoetkoming in de kosten van: onderhoud en keuring van een woonvoorziening als bedoeld in artikel 2.1 onder d, juncto artikel 2.18 van de verordening zal het bedrag als bedoeld in Bijlage II niet te boven gaan; reparatie van een woonvoorziening als bedoeld in artikel 2.1 onder d, juncto artikel 2.18 van de verordening, bedraagt 100 % van de kosten van de reparatie. De hoogte van een door het college van burgemeester en wethouders te verlenen financiële tegemoetkoming voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder e, juncto artikel 2.19 van de verordening (tijdelijke huisvesting), bedraagt: de werkelijke kosten, met een maximum van € 453,78 per maand als tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk betrekken van zelfstandige woonruimte en het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte (dubbele woonlasten); de werkelijke kosten met een maximum van € 226,89 per maand als tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte De hoogte van een door het college van burgemeester en wethouders te verlenen financiële tegemoetkoming in de kosten van een voorziening als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder f , juncto artikel 2.20 van de verordening (huurderving) bedraagt maximaal 75% van de huurprijs met een maximum van € 317,65 per maand, waarbij de eerste maand huurderving overeenkomstig artikel 2.20, lid 1 van de verordening niet voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking komt.

Rechtspraak bij dit artikel