Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Hoogte financiële tegemoetkomingen in de kosten van vervoersvoorzieningen

Onderdeel van Besluit financiële tegemoetkoming voorzieningen gehandicapten

1.. De hoogte van een door het college van burgemeester en wethouders te verlenen financiële tegemoetkoming voor vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 3.1 onder b, sub 4, 6 en 10 van de verordening (aanpassing eigen auto, aanschaf of gebruik van een ander verplaatsingsmiddel en aanpassing van onder 3.1.onder a genoemde voorzieningen) bedraagt 100 procent (100%) van de voor vergoeding in aanmerking komende kosten van de te verstrekken voorzieningen. 2.. De hoogte van een door het college van burgemeester en wethouders te verlenen financiële tegemoetkoming voor vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 3.1, onder b, sub 1, 2 en 3 van de verordening (gebruik van het collectief vraag afhankelijk vervoer (Regio Taxi), (eigen) auto, taxi, of rolstoeltaxi) is gelijk aan de werkelijk gemaakte vervoerskosten tot een maximumbedrag van: de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van het collectief vraag afhankelijk vervoer (Regio Taxi), een (eigen) auto en/of een taxi wordt vastgesteld op basis van de individuele vervoersbehoefte van de gehandicapte tot een maximum normbedrag van € 507,50 per jaar; de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi wordt vastgesteld op basis van de individuele vervoersbehoefte van de gehandicapte tot een maximum normbedrag van € 1.470,25 per jaar; 3.. De vergoeding bij gebruikmaking van een (eigen) auto bedraagt € 0,29 per door de gehandicapte afgelegde kilometer tot maximaal de onder het vorige lid genoemde jaarvergoeding. 4.. De individuele vervoersbehoefte wordt vastgesteld aan de hand van een door de gehandicapte per kwartaal aan het college van burgemeester en wethouders te verstrekken opgave van het aantal door hem/haar afgelegde kilometers en/of betalingsbewijzen van de gemaakte vervoerskosten met het collectief vraagafhankelijk vervoer en/of (rolstoel)taxi. 5.. De financiële tegemoetkoming in de vervoerskosten voor personen verblijvende in een verzorgingstehuis of een gelijkwaardige huisvesting, wordt vastgesteld op basis van de individuele vervoersbehoefte tot een maximum van 70% van het gemaximeerde normbedrag. 6.. De financiële tegemoetkoming in de vervoerskosten voor gehandicapten aan wie een andere vervoersvoorziening voor de korte afstand is of wordt toegekend naast de financiële tegemoetkoming in de vervoerskosten, wordt vastgesteld op basis van de individuele vervoersbehoefte tot een maximum van 50% van het gemaximeerde normbedrag. 7.. De financiële tegemoetkoming in de vervoerskosten voor kinderen tot 12 jaar, wordt vastgesteld op basis van de individuele vervoersbehoefte tot een maximum van 50% van het gemaximeerde normbedrag. 8.. De door het college van burgemeester en wethouders te verlenen financiële tegemoetkoming voor een fiets met hulpmotor als bedoeld onder artikel 3.1, onder a, sub 3 van de verordening is een forfaitaire bijdrage in de kosten van aanschaf van € 300.

Rechtspraak bij dit artikel