1.Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan

hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod

opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van

een ander.

2.Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te

houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50

meter.

3.Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden

van een muilkorf die:

  • - vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;
  • - door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat

    verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en

  • - zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een

    geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig

    zijn.

    • - Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef onder d, dient een hond als bedoeld in het

eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek

identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.