Bij de eerste pedagogische pijler wordt gesproken over het “gewone” opvoeden. Vaak wordt vergeten dat veel problemen in de opvoeding en ontwikkeling van een kind normaal zijn. Deze problemen zijn meestal gebonden aan de ontwikkelingsfase waarin kinderen zich bevinden.
Omdat veel problemen heel normaal zijn, is het omgaan met die problemen te beschouwen als een gewone opvoedingsopgave voor ouders, beroepsopvoeders (pedagogisch medewerkers,
leerkrachten) en gemeenschappen zoals buurt en gemeenten. Problemen moeten niet groter worden gemaakt dan ze zijn. Indien nodig kunnen ouders, beroepsopvoeders en het sociale netwerk worden geholpen met deze opvoedingsopgave. Dit kan door het inzetten van vroegtijdige opvoedingsvoorlichting, advies en ondersteuning, waardoor verergering van problematiek en verwijzing naar specialistische voorzieningen kan worden voorkomen.
De gemeente Opsterland vindt dit een belangrijke basisgedachte en wil daarom handelen in lijn met de inhoud van de notitie “De basis van opvoeding en ontwikkeling” van het Nederlands Jeugd Instituut (NJI), zie bijlage 3 .
In deze notitie zijn de factoren benoemd die een gezonden opvoeding en ontwikkeling kenmerken. De notitie beschrijft een levensloopmodel waarin opvoeding en ontwikkeling in samenhang worden gepresenteerd. Het model is gebaseerd op de alom geaccepteerde opvatting binnen de hedendaagse ontwikkelingspsychologie, namelijk dat ontwikkeling gezien wordt als een interactief proces tussen
kind en (pedagogische) omgeving. De omgeving heeft invloed op de ontwikkeling van het kind. Bij
een kind dat opgroeit in een liefdevolle, stabiele en stimulerende omgeving is de kans groter dat het
zich goed ontwikkelt dan bij een kind dat opgroeit in een minder ondersteunende omgeving. Maar
het kind heeft ook invloed op de omgeving.
De notitie beschrijft vier pedagogische basisdoelen voor elke opvoedomgeving en de basale vaardigheden die van opvoeders kan worden verwacht. Dit is vervolgens vertaald naar een overzicht van ontwikkelingsopgaven, opvoedingsopgaven en veel voorkomende en ernstige problemen per ontwikkelingsfase. Onderstaande tabel vormt een duidelijk uitgangspunt bij de analyse van de hulpvraag.
Overzicht van leeftijdsfasen, veel voorkomende ‘normale’ problemen en ernstiger problemen.
Globale leeftijd
Belangrijke milieus
Ontwikkelings-opgave
Opvoedingsopgave
‘Normaal’ probleem
Voorbeelden van qua moment, duur of intensiteit ernstig probleem bij kind
± 0-2 jaar
Gezin;
Opvang
Fysiologische zelfregulatie; veilig hechting; exploratie; autonomie en individuatie
Soepele verzorging; sensitieve en responsieve interactie bieden; beschikbaarheid; ruimte en steun geven
Voedingsproblemen; slaapproblemen; scheidingsangst; angst voor vreemden, donkerte en geluiden
Eet/slaapstoornis; reactieve hechtingsstoornis; huilbaby
± 2-4 jaar
Gezin;
Opvang;
(Voor)School
Representionale vaardigheden (o.a. taal); constructieve omgang met leeftijdsgenoten; internaliseren van eisen (w.o. zindelijkheid); sekserol-identificatie
Sensitiviteit voor cognitief niveau; positieve en bevestigende omgang; omgaan met ambiguïteit kind; disciplinering; seksespecifieke benadering
Angst voor vreemden, donkerte, geluiden; koppigheid; driftbuien; agressie; ongehoorzaamheid; druk gedrag / overactiviteit; angst i.s.m. sekserol en identiteit; niet zindelijk
Scheidingsangst; fobische/sociale angststoornis; stoornis in taal, spraak, motoriek; encopresis; ADHD; gedragsstoornis beperkt tot gezin; oppositionele gedragstoornis jonge kind
± 5-12 jaar
Gezin;
School;
‘Peer group’;
Verenigingen
Decentratie; schoolvaardighe-den; ijver (‘industry’); acceptatie door leeftijdsgenoten
Gelegenheid geven voor omgang met leeftijdgenoten; schools onderricht; waardering voor schoolwerk; democratische en warme opvoedingsstijl
Ruzies; concentratieproblemen; laag prestatieniveau; schoolweigering; stelen of vandalisme als incident; ritualistisch gedrag
Enuresis; stoornissen in schoolvaardigheden; sociale terugtrekking; persistente schoolweigering; stoornissen in geslachtsidentiteit; gedragstoornis of vroege delinquentie; neurosen en somatoforme stoornissen
± 12-16 jaar
Gezin;
School;
‘Peer group’; internet gemeenschappen
Verenigingen; Werkkring;
Diverse sociaal-culturele velden
Emotionele (en praktische) zelfstandigheid; omgaan met eigen en andere sekse; ontwikkeling van waardesysteem: persoonlijke identiteit, school, beroep en samenleving
Emotionele steun bieden; tolerantie voor experimenten; leeftijdsadequate grenzen stellen; voorbeeldfunctie vervullen; meer symmetrische relatie met kind aangaan
Gebruik psychoactieve stoffen (alcohol, drugs); twijfels over identiteit en/of toekomst; problemen met uiterlijk; problemen met autoriteiten; incidenteel spijbelen
problemen door alcohol, drugs; stoornis in de identiteit; anorexia en boulimia (nervosa); problemen bij seksuele oriëntatie; suïcide; oppositionele gedragsstoornis puber; gedragsstoornis in groepsverband; delinquentie; schooluitval
Bronvermelding:Yperen, T.A. van (1994). Problemen in de ontwikkeling van kinderen. In: J. Rispens, P.P. Goudena & J.J.M. Groenendaal (Red.), Preventie van psychosociale problemen bij kinderen en jeugdigen (p. 71-89). Houten: Bohn, Stafleu & Van Loghum.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 2.4
Nederlands Jeugd Instituut (NJI) - De basis van opvoeding en ontwikkeling
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp Opsterland 2018