“Doen wat nodig is, laten waar het kan” leidt tot een indeling van bijdragen door de overheid aan opvoeden en opgroeien in drie compartimenten: Ondersteunen, versterken, en overnemen.
Samen vormen deze drie compartimenten een systeem van bijdragen op maat:
Deze driedeling vertrekt vanuit de plicht en de verantwoordelijkheid van primair de ouders en vervolgens de sociale gemeenschap om voor kinderen en jongeren een veilige en stimulerende opvoedcontext te realiseren.
In die sociale gemeenschap bevinden zich naast het informele netwerk ook de bij-opvoeders: gesubsidieerde voorzieningen als kindercentra, onderwijs, buitenschoolse opvang en jeugdsportvoorzieningen die een belangrijke (bij-)rol vervullen in het opvoeden. De nadruk ligt niet op gespecialiseerde opvangvoorzieningen voor kinderen (exclusie van kinderen), maar op het versterken van de eigen sociale context van het kind (inclusie van kinderen).
Als de gewone opvoeders (ouders, netwerk en bij-opvoeders) zeggen: wij willen dat iemand ons bijstaat bij het opvoeden, dan hebben zij recht op een aanbod waarbij we kinderen binnen hun eigen sociale context houden. Daarom is er in de eerste plaats ondersteuning. Het gebiedsteam is de eerste partij die hiervoor verantwoordelijk is. Bij-opvoeders kunnen bovendien ondersteuning krijgen vanuit de gespecialiseerde jeugdzorg (versterkers), zodat zij (nog beter) in staat zijn kinderen en jongeren binnen hun eigen sociale context te houden. Zo zetten we maximaal in op ‘laten waar het kan’.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 2.5
Pedagogische visie - Drie compartimenten: ondersteunen, versterken en overnemen.
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp Opsterland 2018