Met ingang van 2010 hebben gemeenten de wettelijke plicht te zorgen voor de bekostiging van een door het Commissariaat voor de Media aangewezen lokale publieke omroep met een toereikend media-aanbod.
Om de vijf jaar kunnen omroeporganisaties een aanvraag indienen bij het Commissariaat voor de Media om aangewezen te worden tot lokale omroep. Belangrijke voorwaarden om in aanmerking te komen voor een aanwijzing zijn, beschikken over:
- - statuten die voldoen aan de Mediawet;
- - een representatief programma beleidsbepalend orgaan.
De gemeenteraad adviseert het Commissariaat voor de Media over de toewijzing. Als er meerdere aanvragers zijn, dient de gemeente het samengaan van die instellingen te bevorderen. Als dit niet lukt dan wijst het Commissariaat voor de Media een instelling aan rekening houdend met het advies van de gemeenteraad en de vereiste om goed te functioneren als media-instelling.
Eén van de eisen is dat de lokale omroep een zogeheten ‘programma beleidsbepalend orgaan’ (PBO) heeft. Het programmabeleidsbepalend orgaan moet representatief zijn voor de verschillende stromingen binnen de gemeente. Wettelijk is voorgeschreven dat in ieder geval in de statuten moet staan dat de stroming etnische en culturele minderheden is vertegenwoordigd. Het gaat niet alleen om een formaliteit, want een eventuele vacature moet binnen zes maanden worden vervuld.
Het PBO heeft tot taak de programmering van de lokale omroep vast te stellen, waarbij het PBO er op moet letten of de programmering voldoet aan het wettelijk programmavoorschrift, namelijk:
- - tenminste 50% van de zendtijd tussen 07.00 en 23.00 uur wordt besteed aan programma’s met een informatief, cultureel of educatief karakter (ICE);
- - van deze zogeheten ICE-tijd moet tenminste 60% bestaan uit programmaonderdelen met een lokaal informatief of educatief karakter;
- - maximaal 40% van de ICE-tijd mag bestaan uit programmaonderdelen met een lokaal cultureel karakter.
Om ook de uitzendingen te kunnen laten controleren, is de lokale omroep verplicht alle uitzendingen integraal op te nemen en gedurende twee weken na de uitzending te bewaren.
Het Commissariaat toetst drie onderdelen: de programmering, het functioneren van het PBO en de financiële positie. De verantwoording over de ICE-norm hoeft sinds juni 2012 niet langer standaard jaarlijks door de lokale omroep te worden ingediend. Het Commissariaat kan een lokale omroep verzoeken zich hierover te verantwoorden. Wel moet de lokale omroep jaarlijks aan het Commissariaat voor de Media een financiële verantwoording zenden.