In dit beleidskader hebben we ervoor gekozen veiligheid als apart thema op te nemen. We zien veiligheid niet zozeer als een integraal thema dat centraal staat over de decentralisaties heen. We zien veiligheid echter wel als een dusdanig specifiek en risicovol thema bij alle decentralisaties dat we hier apart aandacht aan willen besteden.
Wmo en veiligheid
Aan het begrip maatschappelijke ondersteuning is ten opzichte van de Wmo toegevoegd het element van ‘veiligheid’ in de gemeente. De regering meent dat dit van belang is omdat het gevoel van veiligheid voor ingezetenen een wezenlijk onderdeel uitmaakt van de mogelijkheid tot participatie. Het gaat hierbij om veiligheid in de zin van ‘vrij zijn’ van het risico op geweld uit huiselijke kring; er moet voor iedereen in de thuissituatie – en als dat niet kan, elders - een veilige plek zijn. De term ziet niet op veiligheid in justitiële zin.
Aanbieders zijn in het kader van de Wmo verplicht om bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) melding te doen van calamiteiten en seksueel misbruik. Voor de nieuwe wet Wmo wordt er niet voor gekozen Kwaliteitswet zorginstellingen (Kwzi), Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) en (Wet klachtrecht cliënten zorgsector (Wkcz) van toepassing te verklaren op de (brede) maatschappelijke ondersteuning. Dit vanuit de wetenschap dat genoemde wetten vooral zijn toegesneden op de zorgsector. Zoals aangegeven vindt de regering het van belang om in het kader van dit wetsvoorstel – in het kader van het waar mogelijk de-medicaliseren en oog voor de behoefte van de ingezetene – kwaliteit opnieuw te definiëren. Deze exercitie vindt plaats in samenspraak tussen gemeenten, cliëntorganisaties en aanbieders, zowel op het landelijke als het lokale niveau. Dit neemt niet weg dat instrumenten als een laagdrempelige klachtenregeling, medezeggenschap en een meldingsregeling in geval van calamiteiten of misbruik ook in dit wetsvoorstel betrokken worden.
Jeugd en veiligheid
Ieder kind heeft het recht om veilig op te groeien. Zo ook jeugdigen in Oirschot. Ouders zijn hier primair verantwoordelijk voor. Hierbij kunnen ze rekenen op professionele ondersteuning als ze deze nodig hebben en onvoldoende kunnen vinden in de eigen sociale omgeving. Echter, zodra ouders de veiligheid van hun kinderen niet meer kunnen garanderen, dan heeft de overheid een verantwoordelijkheid deze kinderen te beschermen. Hieruit volgend is in de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor de jeugdbescherming, jeugdreclassering, het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling belegd bij de gemeenten.
Als de veiligheid van een kind in het gedrang komt, onderneemt het generalisten- of specialistenteam meteen actie, wanneer de ouders of jeugdigen niet willen of niet kunnen meewerken en de veiligheid van het kind in het gezin ook in de toekomst niet gegarandeerd kan worden. De veiligheid van het kind of de jongere moet altijd gewaarborgd zijn. Wel is het in deze situatie van belang dat opvoeders waar mogelijk de verantwoordelijkheid voor de opvoeding weer opnieuw kunnen oppakken, waar nodig met hulp. De lokale agent kan de link leggen met overleggen in het kader van Veiligheid (zoals het driehoeksoverleg met de Burgemeester).
Op regionaal niveau wordt nagedacht over de samenwerking in geval van veiligheidsrisico s, geweld, mishandeling, misbruik of een acute crisis (inclusief Jeugdreclassering en Jeugdbescherming). Hieronder geven we alvast weer welke maatregelen worden genomen in het kader van de veiligheid van het kind.
In de regio Zuidoost-Brabant wordt gezamenlijk vormgegeven aan het voorkomen en verminderen en signaleren van huiselijk geweld, seksueel misbruik en kindermishandeling. Er komt hiervoor een regionaal Advies en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling (AMHK). Dit onderdeel ligt ook wettelijk verankerd in de Wmo. Voor de regio Zuidoost Brabant blijft Bureau Jeugdzorg in 2015 verantwoordelijk voor het AMK. Het AMK wordt in 2015 samengevoegd met het Steunpunt Huiselijk Geweld, dat nu door de LEV-groep en door Lumens wordt verzorgd.
Jeugdigen moeten kosteloos en anoniem vragen kunnen stellen en hun verhaal kwijt kunnen. Dat kan bij de Kindertelefoon, onderdeel van Bureau Jeugdzorg 8 Alle Kindertelefoonlocaties zijn aangesloten bij het Landelijk Bureau Kindertelefoon, onderdeel van Jeugdzorg Nederland in Utrecht.. Dit Landelijk Bureau Kindertelefoon zorgt voor het realiseren van alle landelijke publiciteit, projecten en beleidsvraagstukken van de Kindertelefoon. Ook worden daar de chat, het 0800 nummer en de website beheerd.
Ook de samenwerking met de politie is belangrijk in het kader van veiligheid. Agenten zien en signaleren situaties in hun dagelijks werk. Een nauwe samenwerking tussen hen en het generalistenteam is noodzakelijk om daar snel en goed op in te springen. In de gemeente Oirschot doen we dat onder andere via de buurtbrigadiers, die plaatsnemen in het signaleringsoverleg. Daarnaast vindt tussen de gemeente Oirschot, de buurtbrigadiers en jongerenwerk (Stichting Welzijn Best Oirschot) via “Jeugd in Beeld” overleg plaats in het kader van hangproblematiek.
In 2014 wordt regionaal nog nader uitgewerkt hoe de gemeenten en de partners in het maatschappelijk veld (gaan) samenwerken met Openbaar Ministerie, Zittende Magistratuur en de Raad voor de Kinderbescherming. Dit geldt ook voor de onderlinge samenwerking tussen het AMHK, de hulpverlenende instanties, de Raad voor de Kinderbescherming en de politie. De gemeente Oirschot wil een goede samenwerking tussen deze partijen verder bevorderen.
Het Veiligheidshuis is een samenwerkingsverband van de negen gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant. Het Veiligheidshuis zorgt binnen de regio voor betere afstemming tussen partners die werken aan preventie, dwang en nazorg van crimineel gedrag. Op een fysieke locatie werken verschillende partijen uit de veiligheidszorg en strafrechtketen samen om verergering van problemen en terugval te voorkomen, en kansen te bieden aan het gezin. Het veiligheidshuis Brabant Zuidoost is een samenwerkingsverband tussen gemeenten, (justitiële) overheidsinstellingen en maatschappelijke organisaties. Het doel is de verbetering van veiligheid en leefbaarheid in de 21 gemeenten in Brabant Zuidoost. Er vindt samenwerking tussen de verschillende organisaties, zoals gemeenten, politie, Openbaar Ministerie, Raad voor de Kinderbescherming, maatschappelijk werk, verslavingszorg en Slachtofferhulp Nederland. Door die samenwerking kunnen problemen op het gebied van veiligheid beter worden aangepakt.
De gemeente Oirschot werkt voor de specialistische taken (ambulante zorg aan kind en gezin, dagbehandeling, dag- en nachtbehandeling, jeugdbescherming, jeugdreclassering, AMHK en kindertelefoon) samen met 21 gemeenten binnen de regio Zuidoost Brabant. Voor een overzicht en toelichting op deze specialistische taken verwijzen we naar bijlage 4.
Samenwerking met deze 21 gemeenten zal in de praktijk plaatsvinden wanneer het lokale generalistenteam binnen Oirschot en het specialistenteam binnen de drie gemeenten (Best, Oirschot, Veldhoven) geen acute inzet en/of benodigde specialistische expertise kan bieden, bij veiligheidsrisico’s, geweld, mishandeling, misbruik of een acute crisis.
Medewerkers uit het generalistenteams en/ of specialistenteam zullen degenen zijn die een raadsmelding doen via de Raad voor de Kinderbescherming. Indien er een maatregel uitgesproken wordt, wordt er een jeugdbeschermer of jeugdreclasseerder aan de generalist en het gezin gekoppeld. Deze zogenaamde “tandemfunctie” wordt in de regio Zuidoost Brabant door iedere gemeente tot uitvoering gebracht. In de gevallen waarin een raadsmelding gedaan wordt, er een maatregel wordt opgelegd en er nog geen generalist gekoppeld is aan de casus, gebeurt dat direct.
AMHK: in de regio Zuidoost Brabant is afgesproken dat de jeugdbeschermer / jeugdreclasseerder een tandemfunctie vervult met de generalist in het gezin. De jeugdbeschermer / jeugdreclasseerder geeft samen met de generalist het plan van aanpak vorm en is toezichthouder. Ook is voor deze voorzieningen op het gebied van veiligheid in grote lijnen bepaald hoe ze samenwerken met de generalistenteams. Jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders vormen een koppel met de betrokken generalist. De eersten zijn vooral betrokken bij de toezichttaak, de laatste bij het gezin en het uitvoeren van het gezinsplan. We willen voorkomen dat rondom deze “gedwongen” hulp, wachtlijsten ontstaan. De invulling van de tandemfunctie wordt momenteel nader uitgewerkt. Wel is duidelijk geworden dat in Zuidoost Brabant de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering in 2015 nog in handen blijft van Bureau Jeugdzorg.
Het AMHK is bereikbaar voor advies en consultatie van inwoners, vrijwilligers en professionals. Echter, gemeenten profileren in eerste instantie hun generalistenteams voor advies-, consultatie- en ondersteuningsfuncties. Als de problematiek complexer is, of mensen liever op afstand advies vragen, kan dat via het AMHK. Het AMHK levert zelf geen hulp aan gezinnen. In de in 2014 te realiseren regiovisie Huiselijk Geweld zal dit meegenomen worden.
Crisisdienst:de crisisdienst is in beginsel 24x7 bereikbaar voor crises. Zij hebben een telefonische bereikbaarheidsdienst voor alle inwoners en professionals. Echter, er zal eerst (snel) gekeken worden of een generalist uit het lokale veld beschikbaar is gedurende kantoortijden. Anders gaan zij er op af, zoals eerder beschreven. Zij werken hiervoor samen met de crisisdiensten van LVB, GGZ en het specialistisch zorgaanbod. Over de crisishulp is gezegd dat deze zo snel mogelijk weer overdragen moet worden aan de ‘normale’ hulp van het generalistenteam. Het AMHK moet overleggen met de generalist over de wenselijke en nodige hulp in geval van kindermishandeling of huiselijk geweld.
Er wordt 24 uur per dag, zeven dagen per week crisisinterventie voor kinderen en gezinnen verricht. Medewerkers van het crisisteam moeten in onoverzichtelijke situaties en onder druk professioneel en adequaat handelen om de veiligheid van kinderen én ouders te bevorderen voor minimaal de eerste 48 uur (ambulancedienst) tot maximaal vier weken.
Per 1 januari 2015 biedt de regionale crisisdienst (nu Spoedeisende Zorg van Bureau Jeugdzorg) acute, niet medische, hulp. Inmiddels is voor de regio Zuidoost Brabant duidelijk geworden dat in 2015 Bureau Jeugdzorg de crisisdienst voor gezinnen blijft uitvoeren. Het komen tot één crisisdienst voor alle inwoners is iets wat uitwerking behoeft en als vervolgopdracht is weggelegd binnen het document “21 voor de jeugd 2.0.”
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2.6