Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11

Artikel 24

Begrotingsprocedure

Onderdeel van Intergemeentelijk Samenwerkingsverband Werk en Inkomen Steenwijkerland en Westerveld

1.. Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders toe aan de raden van de gemeenten. Deze kaders bevatten in ieder geval een indicatie van de gemeentelijke bijdrage en de beleidsvoornemens voor het begrotingsjaar. Het dagelijks bestuur zendt vervolgens vóór 1 mei een ontwerpbegroting van het openbaar lichaam voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een toelichting, aan de raden van de gemeenten. Het bepaalde in artikel 190, eerste lid, van de Gemeentewet is van toepassing. 2.. De ontwerpbegroting wordt door de gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Het bepaalde in artikel 190, tweede en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 3.. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen twee maanden na toezending van de ontwerpbegroting het dagelijks bestuur hun zienswijze geven. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin de zienswijze van de raden zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4.. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast, uiterlijk 1 juli van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting moet dienen. 5.. Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de gemeenten. 6.. Het algemeen bestuur zendt de vastgestelde begroting voor 15 juli aan Gedeputeerde Staten. 7.. Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de besluiten tot wijziging van de begroting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel